Dit koop ik er voor
FNV Bouw is een democratische vereniging. Dat betekent dat de leden het voor het zeggen hebben. Het beleid van de bond is gebaseerd op hun mening. Maar dan moeten er natuurlijk wel mogelijkheden zijn om die mening naar voren te brengen. De structuur van de bond voorziet daarin. Binnen die structuur spelen de afdelingen een hele belangrijke rol. Zo zijn
de circa 146.000 leden verdeeld over plusminus 360 afdelingen. Al die afdelingen vormen bij elkaar de zogenaamde A-lijn van de bond. Naast de A-lijn kent de bond ook een B-lijn. Die bestaat uit de kaderleden en vakbondsvrijwilligers die in de bedrijven actief zijn. Deze twee lijnen staan niet apart, eerder is het de bedoeling dat zoveel mogelijk wordt samengewerkt. In zowel de A-lijn als de B-lijn wordt immers het vakbondswerk uitgevoerd.
De grens van een lokale afdeling valt meestal samen met de grens van een gemeente. Na de reorganisatie van de A-lijn zijn een groot aantal afdelingen gefuseerd. Sindsdien kan de grens van één nieuw gevormde lokale afdeling het grondgebied van meerdere gemeenten bestrijken.
Binnen de afdelingen kunnen alle leden meepraten over het bondsbeleid. De begroting komt bijvoorbeeld eerst in de afdelingen aan de orde en wordt daarna in de bondsraad vastgesteld. Op die manier kunnen de leden meepraten over de besteding van hun contributie. Het afdelingsbestuur kan voor een belangrijk deel zelf bepalen wat er allemaal aan de leden wordt voorgelegd, maar dat betekent niet dat alles besproken wordt. Zo bemoeit de lokale afdeling zich meestal niet met de CAO-voorstellen. Die komen aan de orde in regionale vakgroepen en in de vakgroepsraden.
De lokale afdeling draagt dus een belangrijk steentje bij aan de democratische besluitvorming binnen de bond. Daarnaast heeft de lokale afdeling een aantal concrete taken. In de eerste plaats voert iedere lokale afdeling een goede administratie. Dat is de basis om binnen de vereniging goed te kunnen functioneren. Maar dat is natuurlijk niet de enige taak. De lokale afdeling probeert leden met een vraag of een probleem zo goed mogelijk te helpen. Ook levert de lokale afdeling een bijdrage aan het verwerven van invloed in de bedrijven. En ook niet onbelangrijk: de lokale afdeling doet net als iedereen binnen de bond haar best om nieuwe leden te werven. Verder kan de lokale afdeling zelf beslissen of ze nog meer taken op zich neemt. Een lokale afdeling die dat leuk vindt, kan zich bijvoorbeeld met de lokale politiek gaan bemoeien. Al die verschillende taken komen in dit handboek uitgebreid aan de orde.
Het aantal afdelingen is de laatste jaren sterk afgenomen. Tien jaar geleden waren er nog ruim duizend afdelingen. Dat aantal is inmiddels meer dan gehalveerd. Dat komt doordat veel afdelingen met elkaar zijn gefuseerd of een cluster hebben gevormd. Daardoor zijn de afdelingen natuurlijk wel groter geworden, zowel wat betreft het aantal leden als de oppervlakte van de lokale afdeling. Gemiddeld zijn nu zo’n 250 leden bij één lokale afdeling of cluster aangesloten. Met zo’n basis is het makkelijker om de taken uit te voeren en activiteiten te organiseren. Om die reden heeft de bond een aantal jaren bewust besloten om de A-lijn te reorganiseren en het aantal afdelingen te verminderen. Dat reorganisatieproces is inmiddels afgerond.
Bron: uit paragraaf 1.3 uit het cursusboek ‘Aan het werk in de lokale afdeling’, november 2004, van FNV Bouw.
Zie ook:
Artikelen uit dit handboek op de site:
(10-06-05)