/vrijwilligers

IBB -

Wijziging WW-stelsel onderwerp tijdens kringbijeenkomst najaar

Eind juni 2006 heeft de eerste kamer ingestemd met een wijziging van het WW-stelsel. De meest in het ook springende wijzigingen in de zogenaamde polisvoorwaarden zoals recht, hoogte en duur) en de versoepeling van de verwijtbaarheidstoets bij de beoordeling van het recht op een WW-uitkering.  Het gaat hier om ontslag op initiatief van de werkgever. Zelf ontslag nemen blijft voor risico van de werknemer. Dit geldt ook als er sprake is van ontslag op staande voet. In de kringbijeenkomsten voor vraagbaken in het najaar, komt het nieuwe WW-stelsel aan de orde.

Zijn werknemer en werkgever het met elkaar eens en komen zij ontslag overeen, dan komt de werknemer in de regel in aanmerking voor een WW-uitkering ondanks het feit dat hij geen verweer heeft gevoerd of protest aangetekend. Deze wijzigingen gaan in per 1 oktober.


Duur en hoogte van de WW-uitkering
Per 1 oktober 2006 wordt de maximale uitkeringsduur verkort van vijf jaar tot drie jaar en twee maanden. Deze maximale duur wordt bereikt bij een arbeidsverleden van 38 jaar. Het niveau van de WW-uitkering gaat in de eerste twee maanden omhoog naar 75 procent van het loon. Vanaf de derde maand bedraagt de uitkering 70 procent van het loon. Voor werknemers die wel aan de wekeneis voldoen, maar niet aan de eis dat zij minimaal vier van de laatste vijf kalenderjaren over minimaal 52 dagen loon hebben ontvangen, geldt een kortdurende uitkering. Deze kortdurende uitkering van zes maanden tegen 70 procent van het minimumloon, wordt omgezet in een op het loon gebaseerde uitkering van drie maanden. Na deze omzetting en de eerdere afschaffing van de vervolguitkering kent de WW nog maar één soort uitkering. Dit is een aanzienlijke vereenvoudiging van de WW.

De wijziging van het WW-stelsel, maakt deel uit van een pakket aan maatregelen van drie wetsvoorstellen. Het eerste voorstel, een aanscherping van de toegang tot de WW, is per 1 april 2006 ingegaan. Verder komt er voor werknemers die werkloos worden als zij 50 jaar of ouder zijn, een aparte inkomensvoorziening na afloop van de WW (de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen, IOW). Dit voorstel wordt na de zomer bij de Tweede Kamer ingediend en gaat waarschijnlijkheid in op 1 januari 2009. Dit heeft te maken met het feit dat op zijn vroegst in 2009, oudere werklozen die op en na 1 oktober 2006 in aanmerking komen voor een uitkering o.g.v. de nieuwe duurbepalingen, de maximum uitkeringsduur zullen bereiken.

Een eigen bedrijf vanuit de WW
Als het UWV toestemming verleent, kan de uitkeringsgerechtigde, vanaf 1 juli 2006, gedurende een periode van maximaal zes maanden met behoud van uw uitkering als ondernemer aan de slag zonder te hoeven solliciteren. De inkomsten worden tijdens deze oriëntatieperiode voor 70% verrekend met de uitkering. Het is belangrijk dat men zich realiseert dat deze verrekening pas na ongeveer twee jaar ná de startperiode als zelfstandige kan plaatsvinden. Hiervoor moet dus geld opzij gezet worden.
Mocht het bedrijf uiteindelijk mislukken, dan kan men opnieuw een beroep doen op de WW, voorzover daar nog recht op bestond. Het bedrijf moet dan wel helemaal stopgezet worden. De termijn waarbinnen teruggevallen kan worden op een WW-uitkering is afhankelijk van het opgebouwde
WW-recht en ligt tussen anderhalf jaar en maximaal 38 maanden na de start van het bedrijf.

Mieke Ter Morshuizen, beleidsmedewerker afdeling Individuele Belangenbehartiging

25-08-06 • miekeIBBreagerenlinkprintversie