Wat wil ik vragen? En wat heb ik te bieden? Wat heeft de bond te bieden? Aldus enkele vragen waarop je jezelf kunt voorbereiden voordat je leden benadert met het verzoek of zij vrijwilligerswerk bij de bond willen doen. Omgekeerd zijn er ook vragen die de kandidaat-vrijwilliger zichzelf dient te stellen: Ben ik er geschikt voor?; Hoeveel tijd kost het?; En welke begeleiding en ondersteuning kan ik verwachten?. En meer van die vragen in dit artikel.
Boodschap: Wat wil ik vragen? En wat heb ik te bieden? De derde stap in de wervingscirkel is de boodschap, waarmee je op pad wilt gaan om 'de nieuwe vrijwilliger' te vinden, en aan je te binden. Je moet dan enerzijds helder hebben wat je van hen vraagt. Als je de voorgaande stap goed uitgevoerd hebt, dan weet je dat. Anderzijds moet je ook goed duidelijk hebben, wat je hen hebt te bieden. Mensen pakken niet blind een vrijwilligerstaak op, maar willen precies weten wat het inhoudt, hoeveel tijd het hen kost en ook wat het hen oplevert. Waarom is het leuk, interessant en leerzaam om als vrijwilliger in de vakbond te werken? Bedenk welke boodschap je bij deze vragen hebt, om de mensen die je aanspreekt ervan te overtuigen dat ze bij jou aan het goede adres zijn. Leef je in: wat heeft de bond te bieden? Wat was voor jezelf destijds reden om te aarzelen, en wat gaf de doorslag om het toch te doen? Wat zijn je waardevolste herinneringen? Wat haal je er voor jezelf uit? Sta stil bij het moment waarop je kaderlid werd en bij de ontwikkeling die je daarna hebt doorgemaakt. Persoonlijke groei, nieuwe mensen ontmoeten, de mogelijkheid om cursussen te volgen, iets voor anderen betekenen, opkomen voor de rechten van werknemers: het kunnen allemaal redenen zijn. Praat hierover met de geïnteresseerden. Geef aan wat de bond en de kadergroep doen en te bieden hebben, zoals: boeiende cursussen, inhoudelijke verdieping, waardering van leden die goed geholpen zijn, gezelligheid in de lokale afdeling, contacten met anderen en je eigen ontwikkeling. Belangrijk is natuurlijk dat iemand "iets" heeft met de doelstellingen van de bond en deze ook wil uitdragen tijdens het vrijwilligerswerk. Bedenk verder dat het enige tijd kan kosten voordat een kandidaat een beslissing heeft genomen. Laat weten dat je altijd bereid bent informatie te geven of vragen te beantwoorden. Geef hem/haar de kans met een bestuurder van de bond, of met een andere vrijwilliger te praten, of vrijblijvend een bijeenkomst bij te wonen. De volgende zes vragen van vrijwilligers over het werken in de vakbond, kunnen je ook helpen op een goede manier je boodschap voor te bereiden voor het gesprek met kandidaten. Vraag 1: "Ben ik er geschikt voor? Hoe duidelijker je weet te omschrijven, wat de taken van de vrijwilliger zijn, des te beter iemand kan beoordelen of hij of zij er geschikt voor is. Je kunt het daarover samen hebben, aan de hand van het profiel dat je voor de taak hebt ontwikkeld. Natuurlijk hoeft iemand niet alles voor 100 procent te kunnen, en zeker niet in het begin. Bovendien is het binnen de bond op allerlei manieren mogelijk informatie te verkrijgen of vaardigheden bij te spijkeren. Als je tot de conclusie komt, of samen tot de conclusie komt, dat de persoon niet zo goed past bij de taak waarvoor de kadergroep een vrijwilliger werft, zeg dan niet te makkelijk "dat komt wel..", of "dat leren we je wel.." Iedereen heeft kwaliteiten maar die sluiten niet altijd even goed aan bij alle taken. Of misschien heeft iemand wel hele specifieke voorwaarden waaronder hij/zij de functie wil vervullen. Bijvoorbeeld niet op zaterdag of niet langer dan een half jaar. Als de taak en de persoon niet goed bij elkaar passen is het beter te inventariseren waarvoor er wel belangstelling bestaat en welke andere taak of functie daarbij wel zou passen. Je komt zo wellicht tot hele interessante constructies, zoals stage lopen bij een bepaald project of duo-vrijwilligersbanen. En is het niet voor nu, dan wellicht voor een toekomstig project. Houdt deze persoon dan "in portefeuille" en spreek af te zijner tijd nog contact te hebben. Vraag 2: "Hoeveel tijd kost het?" Bij de omschrijving van de taak of functie moet je heel goed duidelijk maken, hoeveel tijd er voor die taak nodig is. Vrijwilligers bieden zich niet aan voor 7 dagen van 24 uur, maar voor de tijd die ze zelf beschikbaar willen stellen. De taak of functie moet binnen de afgesproken tijd te doen zijn, want half werk is onpraktisch én geeft een onbevredigd gevoel. Geef daarom ook aan hoeveel tijd het voorbereiden, de eventuele scholing, de taak zelf en het nabespreken kost zodat 'nieuwen' weten waar ze aan beginnen. Het kan zelfs van belang zijn de maand of het kwartaal waarin alles moet gaan plaatsvinden aan te geven - "ergens in 2005" is te ruim. De tijd die de vrijwilliger wil besteden en de tijd die de taak kost moeten op elkaar zijn afgestemd. Vraag 3: "Welke begeleiding en ondersteuning kan ik verwachten?" Er is een groot aanbod van praktische cursussen en trainingen. Over de CAO, een goede brief schrijven, vergaderen, het organiseren van activiteiten: op elk denkbaar gebied is scholing op maat mogelijk. Daarnaast is er altijd een regiobestuurder die advies kan geven. Verder ontvangen vrijwilligers de nodige schriftelijke informatie via FNV Bouw Magazine, de sectorkranten, de regiobulletins en de website. En natuurlijk kan de nieuwe vakbondsvrijwilliger met vragen terecht bij ervaren collega-kaderleden. Het is van belang goede afspraken te maken over de gewenste ondersteuning en de geleverde ondersteuning. Of zelfs één contactpersoon uit het bestuur aan te wijzen die het leuk vindt om nieuwe mensen te begeleiden. Welke ondersteuning op welk moment nodig is, beslist de vrijwilliger uiteindelijk zelf. Vraag 4: "Kan het gevolgen hebben voor mijn werk?" Over de bescherming van vakbondsvrijwilligers in bedrijven zijn in de bedrijfstak goede afspraken gemaakt. Vakbondsverlof is in alle CAO's geregeld. Voor de vrijwilliger zelf kan het af en toe vervelend zijn om 'weer' een dag van het werk te zijn, maar werkgevers beseffen vaak wel, dat ze ook voordeel hebben van de kennis en ervaring die mensen via het vakbondswerk opdoen. Wijs daar zelf ook regelmatig op! Vraag 5: "Wat levert het op?" Met vakbondswerk is veel te winnen. Zoals: een schat aan kennis en ervaring, mensen ontmoeten, jezelf ontwikkelen, iets bereiken voor collega's, opkomen voor mensen die het minder goed hebben. De bond vergoedt reis- en andere onkosten die gemaakt worden. Voor werkzaamheden of cursussen in werktijd kunnen kaderleden vrijaf krijgen (vakbondsverlof) en betaalt de bond het loon door zodat er geen salaris gemist wordt. Verder zijn er mogelijkheden voor kinderopvang of een vergoeding daarvoor. Tenslotte, niet onbelangrijk, is het goed te weten dat alle vakbondsvrijwilligers tijdens het vrijwilligerswerk verzekerd zijn. Vraag 6: "Kan ik een keer vrijblijvend langskomen of meedraaien?" Natuurlijk, dat kan altijd. Door met andere kaderleden te praten, een bijeenkomst of cursus bij te wonen of mee te helpen bij een activiteit, ontstaat een goede indruk van het werk en de mensen achter de bond. Zo kun je ontdekken of vrijwilliger-zijn-in-de-vakbond bij je past. Een volgende stap zou het opstellen van een inwerkplan kunnen zijn waarin leuke, maar minder moeilijke onderdelen, worden opgenomen. Belangrijk is dat de eerste kennismaking van een potentiële vrijwilliger een interessante en goede ervaring is waardoor ze uitgedaagd worden te blijven. Bron: paragraaf 1.7.3 werven van vrijwilligers uit het cursusboek 'Aan het werk in de lokale afdeling', november 2004, van FNV Bouw.Zie ook:
Artikelen uit dit handboek op de site: