Er gaat heel wat papier om in de vakbeweging. Meestal gedrukt. Actieve leden weten dat. Verzuchten weleens: “Al dat leesvoer…..”. Maar je wilt op de hoogte blijven. En je wilt meepraten in de vakbeweging. Dan zal je toch moeten lezen. Nota’s. Voorstellen. Brochures. CAO’s. Enzovoorts. Hoe pak je dat nou aan?
Lezen kun je leren
Veel mensen hebben leesgewoonten, die het opnemen van de stof belemmeren. Ze lezen teveel. Namelijk alles. Daardoor verdrinken ze in de details. Ze weten niet waarom ze iets lezen. Bovendien zouden veel mensen veel sneller kunnen lezen dan ze nu doen. Kan het beter?
Waarom lezen
Voordat je gaat lezen, moet je bedenken waarom je een stuk gaat lezen. Uit nieuwsgierigheid. Of om de informatie te onthouden. Of als voorbereiding op een vergadering. Soms zijn stukken alleen maar ter kennisneming. Maar meestal moeten vakbondsleden wat doen met hetgeen ze lezen. Ze moeten kritische vragen stellen. Ze moeten zich afvragen of de schrijver gelijk heeft. Of het klopt met hun eigen mening. Ze moeten een oordeel vormen over het stuk. Hoe pak je dat aan? Door systematisch en stapsgewijs te lezen.
8.1 Oriënterend lezen
Daar begin je mee. Zeker bij omvangrijke stukken. Zo vorm je je een indruk van waar het stuk over gaat. Zodat je kunt beoordelen wat je kunt overslaan en wat je juist grondiger moet lezen. Hoe pak je dat aan? Lees de samenvatting. Die geeft een overzicht van de stof. Kijk in de inhoudsopgave. Die geeft de opbouw van het stuk weer. Zie ook het voorwoord of de inleiding. Daarin wordt kort toegelicht vanuit welke kijk of achtergrond de schrijver geschreven heeft. Ontbreken zulke onderdelen? Loop dan zelf de onderverdeling van de tekst door. Aan de hand van de tussenkopjes, hoofdstukjes e.d. En bekijk of er aan het eind conclusies of voorstellen geformuleerd zijn. Door het oriënterend lezen, krijg je een overzicht van het stuk. Dan kun je beslissen of je grondiger gaat lezen. En zo ja, welke delen van het verhaal.
8.2 Globaal lezen; de rode draad herkennen
Vooral als er een besluit genomen moet worden, is deze fase belangrijk. Bedoeling van deze fase is: zicht krijgen op de opbouw van de tekst.
Wat is het verband tussen de onderdelen? Is dat verband wel logisch?
Bij de opbouw van de tekst gaat het om de volgorde:
probleem, oorzaken, mogelijke oplossingen, keuze uit oplossingen; situatie nu, beoogde situatie, voorstel om tot beoogde situatie te komen; beschrijving van een situatie, beoordeling, conclusies voor te nemen stappen.
Een goede tekst heeft zo’n logische opbouw. Ga je ernaar op zoek, dan blijkt die logische opbouw nogal eens te ontbreken. Daar mag je dan best wat over opmerken.
8.3 Het “echte” lezen
Nu weet je wat er zo’n beetje behandeld wordt in een stuk. Je hebt de opbouw, de rode draad in de gaten. Je weet wat je over kunt slaan. Je weet wat je globaal wilt lezen. Je weet wat je grondig wilt lezen. Nu begint het echte lezen.
a. Globaal lezen
Je leest alleen de hoofdzaken echt. De bijzaken sla je over.
De hoofdzaken staan in sleutelzinnen. En in 70% van de gevallen is dat één zin. Aan het begin of het einde van een alinea. Door springend lezen kun je snel de hoofdzaken verzamelen. Je let dan op de sleutelzinnen. Je leest de eerste en de laatste zin van een alinea. Daarnaast zijn signaalwoorden een hulpmiddel bij het vinden van de hoofdzaken. Signaalwoorden zijn woorden die de tekst indelen. Bijvoorbeeld: “in de eerste plaats”, “een andere opvatting is”, “concluderend”, “bovendien”, “tenslotte”, “samenvattend”. Signaalwoorden zijn vaak het begin van een sleutelzin. In de sleutelzinnen staat de belangrijkste informatie. Sleutelwoorden die onderstreep je. Springend lezen, van sleutelzin naar sleutelzin, gaat sneller dan alles lezen. Omdat je veel woorden overslaat en niet alles hoeft te onthouden.
b. Integraal lezen
Je leest alles. Van begin tot eind. Met hoofdzaken en bijzaken. Dat doe je alleen met die (onderdelen) van stukken die je daarvoor uitgekozen hebt. Als aanvulling op wat je al weet. Het gaat om de belangrijkste onderdelen van de tekst. Of om stukken waar je het naadje van de kous van wilt weten. Integraal lezen werkt beter na oriënterend lezen en globaal lezen. Als je de rode draad al te pakken hebt. Want je hebt dan al overzicht over het totale stuk. Dan heb je ook meer aan het integraal lezen.
Bron: paragraaf 8 uit het cursusboek ‘Aan het werk in de lokale afdeling’, november 2004, van FNV Bouw.
Zie ook:
Artikelen uit dit handboek op de site: