Woerden, eind 1997 - ‘Doen wat je belooft’ en ‘de lerende organisatie’. Dat zijn de twee motto’s in het advies van de Werkgroep ondersteuning kaderleden. De werkgroep schrijft dat in een tussenrapport. Doen wat je belooft: dat betekent dat de samenwerking tussen kader en werkorganisatie zakelijk moet zijn. We moeten onze afspraken nakomen. En we moeten afspreken wat ieders bijdrage is. Een lerende organisatie betekent dat voor de ondersteuning
van kader geen pasklare of instant oplossingen bestaan. De bond moet voortdurend zoeken en leren hoe het kader beter ondersteund kan worden. Dat is uitgewerkt op drie terreinen: communicatie, structuur en beleid, voorwaarden voor het kaderwerk.
1.Communicatie.
Kaderleden hebben veel behoefte aan informatie. Maar die informatie moet te hanteren zijn: KOE, dat wil zeggen kort, overzichtelijk en efficiënt. Kaderleden moeten niet overvoerd worden met informatie. Die moet vaak kort samengevat worden. Wie meer wil of moet weten, kan daar dan om vragen. Het spreekt vanzelf dat internet een belangrijke rol kan spelen bij die informatievoorziening, zie onder.
Doelstelling: Voortaan ontvangen kaderleden alleen nog regiobulletin en Kaderwerk. En uiteraard agenda en stukken voor overleggen waarvan men deel uitmaakt. Meer informatie kan men krijgen via bonnen in de bulletins en op de website van FNV Bouw.
Tijd en bereikbaarheid is een belangrijk knelpunt. Dat zal het waarschijnlijk ook altijd blijven. Zo moet het kaderlid maar afwachten wanneer een bestuurder ergens tijd voor heeft om het even negatief te typeren. Daarom pleit de werkgroep voor samenwerking op een zakelijke basis: afspraken moeten gewoon nagekomen worden. FNV Bouw mag zich hier spiegelen aan het bedrijfsleven. Doen wat je belooft! Niemand moet ook méér beloven dan hij /zij kan waarmaken.
Welke ondersteuning is wenselijk en mogelijk? Dat moeten bestuurders en kaderleden in iedere regio een of meerdere keren per jaar bekijken, bijvoorbeeld in een panel. Dat panel moet het (ondersteunings)werkplan van de regio tot op grote hoogte bepalen. Op welke ondersteuning mag elke kadergroep rekenen? Wat is er mogelijk in geld en tijd? Op welke manier kunnen activiteiten van kaderleden worden gefaciliteerd? Waar liggen de grenzen van de ondersteuning? Dat moet het werkplan allemaal aangeven.
Het zou ideaal zijn als een regioteam 1300 dagdelen aan ondersteuning besteedt. Maar 2/3 van dat niveau lijkt realistischer. Dan gaat het om 850 dagdelen. Het team moet bekijken of het ruimte moet scheppen voor meer specialisatie, of zelfs een gespecialiseerde functionaris moet aanstellen (zie onder).
Doelstelling: Iedere regio bestemt in de werkplannen van 2002 850 dagdelen voor ondersteuning van kaderleden.
Doelstelling : Iedere regio organiseert in 2002 minstens 1 overleg over de ondersteuning met een representatieve vertegenwoordiging van het kaderbestand. In dat overleg wordt in belangrijke mate bepaald hoe de ondersteuning ingevuld wordt.
2. Structuur / beleid
Kennis moet op de juiste plek in de bond aanwezig zijn. Frontoffice (waar de vraag binnenkomt) en backoffice (waar de vraag verwerkt wordt) moeten goed op elkaar afgestemd zijn. De juridisch medewerker die naar het zich laat aanzien weer terugkomt op de regiokantoren, zou een rol kunnen spelen als eerste opvang voor aip-vragen. Dat geldt ook voor de districtsadministrateur.
Doelstelling: Met één telefooncontact moeten kaderleden hun vraag om advies of ondersteuning bij de bond neer kunnen leggen. Binnen 3 x 24 uur krijgen zij informatie terug van de bond.
Ondersteunen heeft vaak niet de eerste prioriteit van de regioteams, maar moet wijken voor andere taken in het vakbondswerk, heeft de werkgroep geconstateerd. Ondersteuning is natuurlijk ook een specialisme dat niet iedereen gegeven is. De werkgroep denkt aan een specialistische functie voor ondersteunen en begeleiden van kadergroepen en individuele kaderleden. In de huidige taakverdeling meer specialisatie aanbrengen kan ook.
Hoe kun je de begeleiding van kaderleden inhoudelijk verbeteren? De werkgroep pleit voor regelmatige bijeenkomsten van kaderleden in bepaalde functies of met overeenkomende taken of activiteiten. Dan kunnen ze ervaringen uitwisselen, vragen beantwoord krijgen en krijgen ze adequate begeleiding.
Doelstelling: iedere regio belegt in 2002 voor kaderleden in verschillende functies of rond bepaalde activiteiten minstens twee begeleidingsbijeenkomsten.
De werkgroep stelt voor een aantal, bijvoorbeeld 5, projecten te ontwikkelen waarmee afdelingen (in 2002) aan de slag kunnen. Met de winterschildercampagne als voorbeeld in het achterhoofd. Daarbij moet zeker een project zijn over hoe de a-lijn bedrijvenwerk kan ondersteunen.
Doelstelling: In 2002 worden 5 projecten ontwikkeld voor de a-lijn, waaronder een project afdeling en bedrijvenwerk. Nog in 2002 wordt met de uitvoering van de projecten begonnen.
3. Voorwaarden
Goede informatie is voor het kaderwerk van levensbelang. Internet kan daarbij een heel belangrijke rol spelen. Informatie die via internet gemakkelijk toegankelijk gemaakt kan worden, is bijvoorbeeld: stand van zaken bij de CAO-onderhandelingen, inhoud CAO’s, eenvoudige zaken rond sociale zekerheid en ziektewet. Daarbij is een goede gebruiksvriendelijke zoekmachine voor vragen een vereiste. Laagdrempelige dienstverlening via internet betekent een ontlasting voor de werkorganisatie.
Zie ook: