/vrijwilligers

onze vereniging - opinie - afdelingswerk -

Afdelingen onvoldoende uit de verf

De afdelingsstructuur is vanouds één van de pijlers van FNV Bouw. Ooit hadden we een fijnmazig net van meer dan duizend van die lokale steunpunten. Er was geen bond die daarop kon bogen. Het aantal afdelingen is de afgelopen tien jaar flink teruggelopen maar nog altijd mag onze lokale structuur er zijn. Hoe populair de afdelingen zijn, blijkt overduidelijk uit de reacties die ik krijg nu we discussiëren over de toekomst van de afdelingsstructuur.

image

Die discussie is nodig want we staan voor een niet gering dilemma. Enerzijds zijn de afdelingen logistiek van groot belang voor de individuele belangenbehartiging: ze zitten dicht op de leden en hebben een lage drempel. Maar er is ook een andere kant. De afdeling bindt vooral ouderen aan de bond. Jongeren veel minder en daar moeten we met het oog op de toekomst terdege rekening mee houden. En bovendien: het A-kader vergrijst.
Het wordt steeds moeilijker om opvolgers te vinden voor oudere kaderleden die afhaken. Daardoor is de continuïteit van de afdelingsstructuur niet gewaarborgd. Het bondsbestuur wil niet van de afdelingen af maar zoekt wel naar wegen om het vakbondswerk in de regio op langere termijn overeind te houden.

De problemen die ik hier schets zijn niet van vandaag of gisteren. We zien ze al geruime tijd aankomen. Niet voor niets hebben we bij de reorganisatie in 2004 besloten te investeren in het vakbondswerk in de districten. Districten bestaan uit een aantal afdelingen, gegroepeerd rond een vakbondscentrum. Daar hebben we er dertig van in Nederland. Het idee is dat we op districtsniveau de regionale vakbondskrachten en -middelen bundelen en efficiënt inzetten. Waar afdelingen goed functioneren, blijven ze dat daarnaast natuurlijk gewoon doen.

Aan die operatie zijn we enthousiast begonnen maar ze komt tot nu toe jammer genoeg onvoldoende uit de verf. Het bondsbestuur wil graag precies weten hoe dat komt. Wat ondervinden kaderleden in de praktijk, waar liggen eventuele belemmeringen en zijn er nog creatieve ideeën die we kunnen meenemen? Om op die vragen een antwoord te krijgen, maken we een rondje langs de districten. De kennis die we daar opdoen, kunnen we goed gebruiken als we straks op 25 november een grote kaderbijeenkomst houden over de toekomst van de lokale structuur. En die vormt weer de basis voor de latere besluitvorming in de bondsraad.

Met dat rondje-districten zijn we net begonnen. In Goes om precies te zijn. Ik was daar samen met beleidsmedewerker Bert Ormel, die kaderbeleid doet, en met mijn stafmedewerkster Renkse van Vliet. De discussie in Zeeland bevestigde het beeld dat de A-lijn erg belangrijk wordt gevonden. Maar ook dat de kaderleden hun ogen niet sluiten voor de problemen die er zijn. Ze pakken in Goes al activiteiten op districtsniveau op, zoals een goed georganiseerde themabijeenkomst over uitzendarbeid. Een uitstekend voorbeeld van wat ons voor ogen staat. De komende weken bezoeken we nog veel meer districten. Ik zou zeggen: kom als het even kan naar die bijeenkomst in uw omgeving toe. Ik tref u er graag. Of praat mee op 25 november. Het onderwerp is de moeite waard.

Ruud Baars,
algemeen secretaris

09-11-06 • Robertonze verenigingopinieafdelingswerkreagerenlinkprintversie