Onderwerp: Het belang van de lokale structuur
Naar aanleiding van de bijeenkomsten van 17 juni (brainstormsessie) en 28 juni 2008 (werkconferentie a-lijn)
Ik zie het district/VBCkantoor als een spil in de regio, redelijk in de buurt.
De afdelingen bouwen we om tot FNV Lokaal. Daar zitten dan ook de andere bonden in, zoals
FNV Bondgenoten en de AbvaKabo, maar ook de ANBO. In FNV Lokaal zullen vraagbaken van verschillende bonden zitten, die de werkenden kunnen doorverwijzen.
FNV Lokaal behartigt ook de zaken voor de ouderen en de uitkeringsgerechtigden, en beïnvloedt de gemeente op lokaal niveau. Er wordt terug gekoppeld naar het district, waar de lijnen worden uitgezet in de UGO-groep. Die lijnen kun je dan in je eigen gemeente toepassen.
In het district zit een districtbestuurder of coördinator, en een VBCer voor alle vragen, zowel voor werkenden als niet-werkenden, bijgestaan door vraagbaken uit het district.
Alle groepen worden daar gecoördineerd, bijvoorbeeld:
REA-begeleiding
UGO-groep
WMO-groep
WWB-groep
Vraagbaak
Belastinginvullers/scholing
En er zijn waarschijnlijk nog wel meer dingen op te noemen.
Het gaat erom dat het district/VBCkantoor dingen uitdenkt, organiseert, en in het district plant, zodat je ook mensen voor een project kan vragen.
Het district moet ook netwerken, niet alleen maar naar FNV Bouw kijken en dezelfde mensen, die al zoveel doen, vragen.
Het district moet scholen en werken bezoeken, aanwezig zijn, herkenbaar zijn, in de plaatselijke kranten komen met actuele onderwerpen, enz. En duidelijk zijn waarvoor FNV Bouw staat, want nu weten veel mensen dit niet.
Het is in de vergadering al gezegd, gooi de statuten weg, deze zijn veel te stug voor onze organisatie. En werk samen met de andere bonden, want we kunnen veel van elkaar leren.
Beste mensen, ik begrijp dat dit niet alles oplost, maar ik moest het toch op papier zetten. Ik hoop dat het een bijdrage levert, al is het nog lang niet uitgewerkt.
Met vriendelijke groet,
Rob Koot
De eerste werkconferentie
In februari is op deze plek uitgebreid ingegaan op de stand van zaken van het project ‘Vakbondswerk aan de basis’ (zie: link onder aan artikel). Het vierjarig plan van aanpak (2008-2011) is weergegeven, en er is ingegaan op onderdelen van de plannen. We zijn inmiddels een paar maanden verder, en de plannen en activiteiten zijn dan ook al weer verder uitgerold. Tijd voor weer een stand van zaken.
1. De eerste werkconferentie districten
Op zaterdag 28 juni is de eerste werkconferentie voor de a-lijn, cq het districtenwerk georganiseerd, als opmaat naar de tweede werkconferentie op 25 oktober. Onder de titel “Het belang van de lokale structuur” zijn we ingegaan op de stand van zaken in het lokale vakbondswerk, en op de perspectieven die er zijn voor het lokale vakbondswerk. Met name de perspectieven die men ziet moeten ons helpen om voor de tweede werkconferentie concrete plannen aan te dragen. Enerzijds is deskundigheid van buitenaf ingebracht, anderzijds zijn door onderlinge discussie de eigen ideeën van kaderleden voor de toekomst naar voren gekomen. Zo bestond de dag uit drie delen.
In het eerste deel heeft Marike Kuperus een inleiding verzorgd. Zij is werkzaam bij Movisie, en is deskundig op verenigingswerk en vrijwilligersmanagement. Zij bracht in beeld, dat verenigingen ook zo hun “levensfasen” hebben, en het risico lopen als er onvoldoende vernieuwing plaats vindt, dat er ‘verstening’ plaats vindt. Je kunt dan een mooi oud gebouw overhouden, maar tegelijk is het niet meer aangepast aan de huidige tijd. Niemand vindt het aantrekkelijk om daarin te wonen. Deze tijd stelt andere eisen. En wil een moderne vereniging levenskrachtig blijven, dan zal aan die eisen van de tijd tegemoet gekomen moeten worden. Na aangegeven hebben, dat leden zich tegenwoordig anders binden aan organisaties, geeft ze ons een aantal aandachtspunten mee:
- onderken dat we verschillende soorten leden hebben, en betrek de leden op ‘hun’ thema’s;
- maak een nieuwe werkcultuur, die enthousiasme uitstraalt, waarin ruimte is voor nieuwe ideeën, en waarin het gaat om taken (taakjes) en niet om ‘functies’;
- kijk wat er bij anderen succesvol is (Libelledagen, Hyves, etc) en kijk wat je kunt gebruiken;
- werk met inspraak en inbreng van binnen en buiten, ipv met een starre democratie;
- kijk vooral naar de mogelijkheden van wat wél kan, en ruim ingesleten patronen op.
De ideeën werden door het merendeel van de aanwezigen enthousiast ontvangen, maar tegelijk was er de onderkenning, dat we nog een flinke weg te gaan hebben, alvorens zo’n omslag gemaakt zal zijn.
In het tweede deel hebben vier kaderleden verteld over hun vakbondspraktijk. Arend Slinger en Joop de Haan hebben verteld hoe zij als kaderlid (vraagbaak) in de werksituatie werknemers te woord staan, informatie geven, problemen oppikken, etc. Arend Slinger doet dat op bouwplaatsen op Yburg, en Joop de Haan is ‘de vakbondsman’ in de kunstofkozijnenfabriek waar hij werkt. Joop gaf hierbij aan, dat hij als werknemer wel z’n grenzen heeft hoever hij gaat met klachten van collega’s. Als het echt een intake wordt, dan schakelt hij een andere vraagbaak uit zijn afdeling in.
Jan Ulaga en Willem Leegwater hebben verteld hoe zij in de lokale situatie invloed proberen te verwerven en het ‘netwerk’ aan contacten daarvoor inzetten. Jan Ulaga is in Brunssum een netwerk als zodanig, doordat hij in allerlei gemeentelijke raden, e.d. zitting heeft. Jammer genoeg ontbreekt het hier (nog) aan samenwerking met andere bonden, om gezamenlijk een stevig FNV-geluid te laten horen. In Hilversum heeft Willen Leegwater onder andere ingezet op samenwerking met de andere bonden. Het heeft veel moeite gekost, maar nu worden er activiteiten ontplooid samen met andere bonden.
In het derde deel is er in groepen gediscussieerd over perspectieven die de kaderleden zien voor het lokale vakbondswerk. Er is gesproken over ‘lokale dienstverlening en invloed op de politiek’, over ‘individuele belangenbehartiging’, over het ‘ondersteunen van sectorale activiteiten’, en over ‘vereniging en lokale organisatie’. Steeds met de kernvraag: “en wat zijn de perspectieven?”. Mede in het verlengde van de inbreng van Marike Kuperus, werd onderkend, dat we moeten veranderen: andere dingen doen, en dingen anders doen. Zo werd aangegeven, > dat de districten meer body zouden moeten krijgen, > dat we meer moeten ‘netwerken’ en contacten leggen - met andere organisaties maar ook in de achterban, > dat we de digitale snelweg moeten gebruiken en bijvoorbeeld Hyves voor onderlinge contacten en uitwisseling, > dat de strikte scheiding tussen a- en b-lijn moet worden verlaten. Uiteraard werd aangegeven, dat hiervoor ook ondersteuning vanuit de werkorganisatie nodig is.
Afsluitend reageerde Ruud Baars, algemeen secretaris van de bond, op de rapportages uit de discussiegroepen, waarbij hij de vinger legde bij een aantal genoemde punten, die zijns inziens ook perspectief bieden voor de toekomst van het lokale vakbondswerk.
Het is mooi dat 18 van de 28 districten met in totaal zo’n 40 kaderleden vertegenwoordigd waren.
2. De tweede werkconferentie districten
Op 25 oktober is de tweede werkconferentie districten. Alle districten zijn weer uitgenodigd om hieraan met twee kaderleden deel te nemen. Deze tweede conferentie staat in het teken van activiteiten die door de districten in 2009 kunnen worden opgepakt. Er wordt ingegaan op de inhoud van de activiteiten en op de wijze waarop nieuwe actieve leden gezocht kunnen worden om hieraan mee te doen.
* Elke sector (bouw, afbouw en onderhoud, meubel en hout, en woondiensten) presenteert één thema, en ook ‘lokaal’ presenteert een thema (armoede). Het district kan er dan voor kiezen om zo’n activiteit in zijn werkplan voor 2009 op te nemen. Het thema-materiaal dat op 25 oktober wordt gepresenteerd, krijgt vooral ook het karakter van: “hoe werf ik nieuwe actieve leden om met dit thema aan de slag te gaan”.
* Ook is materiaal in de maak om te helpen bij het zoeken en werven van nieuwe actieve leden. Ook daarvoor hebben we ondersteuning gevraagd van Movisie.
Aanbevolen voor de districten dus! De districten kunnen kiezen uit het aanbod aan activiteiten dat wordt gedaan en dit vervolgens opnemen in hun werkplan voor 2009. Met nadruk zeggen we hierbij dat de districten kunnen kiezen, omdat het niet de bedoeling is om deze activiteiten op te leggen aan de districten. Er moet een win-win-situatie ontstaan: de sectoren krijgen aandacht voor hun thema’s, en de districten krijgen handvatten voor vernieuwende activiteiten.
3. Brainstormdag
Ter voorbereiding van de tweede werkconferentie is er een ‘Brainstormdag’ gehouden met kaderleden uit de verschillende sectorraden en landelijke adviesraad uitkeringsgerechtigden en ouderen. Het ‘brainstormen’ was erop gericht om een nieuwe aanpak te bedenken voor de activiteiten in de districten. Dit betrekken we bij het maken van materiaal voor de conferentie in oktober. Opvallend was, dat bij alle activiteiten steeds weer naar boven kwam, dat het ons nogal ontbreekt aan contacten. “Netwerken” werd dan ook een overkoepelend thema, dat om aandacht vraagt.
4. Kaderwerving
Zoals in de vorige berichtgeving is aangekondigd, heeft de Bondsraad gevraagd om een nota Kaderwerving, omdat het betrekken van nieuwe actieve leden van essentieel belang is voor het voortbestaan van de vereniging en de verenigingsactiviteiten. In de nota die door de Bondsraad is aangenomen zijn verschillende benaderingen voor kaderwerving aangegeven. Daaraan wordt inmiddels op verschillende manieren uitwerking gegeven:
* het werven van actieve leden voor het uitvoeren van sectoractiviteiten staat centraal op de tweede werkconferentie; de voorbereidingen daarvoor zijn in gang gezet, en met name op dit punt ondersteund Movisie ons; zie de tekst hiervoor;
* voor het werven van nieuwe vraagbaken is een eerste overleg geweest, dat in september weer wordt opgepakt.
* voor de algemene werving van kaderleden/actieve leden levert Movisie ons een tiental hulpmiddelen “10 manieren van kaderwerving”. Deze zullen waarschijnlijk op de website geplaatst worden, zodat ieder daar naar behoefte gebruik van kan maken;
* in het najaar loopt een experiment met de zogenaamde Bronmethodiek. De benadering daarbij is niet: ‘de bond heeft een taak, en we zoeken een actief lid om die taak te doen’, maar precies andersom: ‘wat zou een lid in de bond willen doen, en hoe kunnen we daarbij taken vinden’. Het experiment moet uitwijzen of deze methodiek in FNV Bouw ook bruikbaar gemaakt kan worden.
Zover deze tweede berichtgeving over Vakbondswerk aan de basis.
(Het eerste artikel over Vakbondswerk aan de basis is te vinden hier: http://www.fnvbouw.net/weblog/index.php/vrijwilligers/more/vakbondswerk-aan-de-basis/)
Volgende bijdrage: Vakbeweging van de toekomst
Voorgaande bijdrage: Vier breed onderschreven stellingen in Oost