Home | Contact | Lid Worden
www..fnvbouw.nl/jongeren is de jongerensite van FNV Bouw. Voor nieuws, informatie en contact. Wil je een bijdrage leveren, neem dan contact op redactie.jongeren@fnvbouw.org
Bond informeert kantoorpersoneel over nieuwe bouw-cao
De bouw begint het jaar 2007 met een nieuwe cao en een stevige loonsverhoging van 7,25 procent voor ruim twee jaar. Dat mag gevierd worden. Met chocolade en informatie over de cao-afspraken gaan promotieteams van FNV Bouw op bezoek bij de kantoren van bouwbedrijven. Spijkerhard gaat mee met een vakbondsploeg van regio Oost.
Als de inkt van de nieuwe cao nog nat is, trekken medewerkers en vrijwilligers van FNV Bouw er altijd op uit om op bouwplaatsen uitleg te geven over de nieuwe cao-afspraken. Maar deze keer koos de bond voor een andere aanpak. Om de ‘zoete boodschap’ van de nieuwe bouw-cao te verspreiden gingen op 15 februari in het hele land promotieteams van FNV Bouw op visite bij de kantoren van bouwbedrijven. In regio Oost gingen drie promoteams op pad. Een team van vier promotiemedewerkers stond in de startblokken bij het FNV-kantoor in Nijmegen. Teamleider, regiobestuurder Katja Ünlütürk, vat samen wat de bedoeling is: “De nieuwe bouw-cao is ook afgesloten voor degenen die in de kantoren van de bouwbedrijven werken. Die groep, de uta-medewerkers, hebben we nog nooit op hun werkplek opgezocht. Dat gaan we nu dus wel doen. We gaan kennismaken. Dat betekent: luisteren naar wat zij ons te vertellen hebben en antwoord geven op hun vragen.”
Leeg kantoor
Eerst worden twee personenauto’s volgeladen met stapels folders, brochures en bulletins en dozen aanstekers, balpennen, agenda’s, notitieboekjes plus zoetigheid in de vorm van repen Kittekat-, Mars- en Snickers. Even later start Katja haar wagen, ze zet de radio aan - “Straks zenden ze onze actiespotjes uit”- en zoeft vervolgens de straat uit. Hans Theunissen, de doorgewinterde Nijmeegse vakbondsman en ervaren actievoerder van FNV Bouw, wijst de kortste weg door de stad. Een klein kwartier later draait Katja de lege parkeerplaats op van het eerste bouwbedrijf dat bezocht wordt. Ze wordt gevolgd door de speciale FNV-actiewagen met promotiemedewerker Hielke de Lange achter het stuur. In de derde auto van de stoet rijdt, in een bedachtzaam tempo, beleidsmedewerker van FNV Bouw Bert Ormel.
In de intercom naast de glazen voordeur spreekt Katja de blijde boodschap in: “Wij zijn van FNV Bouw. Na het zuur brengen wij het zoet in de vorm van een nieuwe bouw-cao. Mogen we binnenkomen om even te praten met de medewerkers en om te trakteren op wat lekkers?” Het duurt vrij lang voordat het geschrokken gezicht van een jonge medewerker verschijnt. Hij meldt dat alle medewerkers zijn vertrokken om op een andere locatie te gaan vergaderen. “Dit kantoor is leeg. U kunt uw folders hier wel achterlaten dan zal ik ze straks wel doorgeven.” Na die belofte besluit Katja dat het beter is om maar snel door te gaan naar het volgende adres.“Ik vroeg me al af waarom de parkeerplaats zo leeg was”, mompelt promotor Bert droogjes.
Welkom
“We moeten niet denken dat we bij alle bedrijven welkom zijn. De werkgevers zijn nog niet gewend aan verrassingsbezoeken van de bond”, denkt teamleider Katja hardop. Ze weet dan nog niet dat het promotieteam bij de volgende drie bezoekjes hartelijk wordt ontvangen door verraste medewerkers. “Welkom” is het eerste woord van directeur Leo van de Water, van het gelijknamige Nijmeegse Aannemersbedrijf. Hij nodigt de zijn bezoek uit voor een rondleiding door het kantoor en de eigen houtbewerkingshal van het bedrijf. Vol trots wijst hij op het ingelijste certificaat dat Van de Water BV kreeg als ‘Het beste leerbedrijf van de Nederlandse bouw en infra in 2006’.
Van de Water: “We hebben veel jonge mensen nodig in de bouw, daarom leggen wij sterk de nadruk op de opleiding. Ik sta ook achter alle pogingen om bij de jeugd belangstelling te wekken voor de bouwberoepen, net als FNV Bouw.” Daarna volgt een kort gesprek met twee medewerkers van de loonadministratie. Zij hebben geen extra uitleg meer nodig over de nieuwe bouw-cao. Ze zijn al perfect op de hoogte. Een lekker stuk chocolade nemen ze graag in ontvangst.
Luisteren
Het geslaagde bezoek geeft het promotieteam vleugels. De positieve stemming lijkt over te slaan op de volgende bedrijven. Bij twee bouwondernemingen komen medewerkers spontaan met vragen over praktische kwesties zoals regelingen in verband met zorgverlof en knelpunten bij het mogelijk maken van periodieke medische keuring van werknemers. De uitleg door het promoteam komt goed van pas.
Na deze positieve ervaring keert het team even terug naar het vakbondskantoor waar de koffiepauze wordt benut voor de bespreking van de strategie. Het is Bert Ormel opgevallen dat de medewerkers in de kantoren bijna allemaal zeer verbaasd zijn om de vakbond op hun werkplek te zien. Bert: “Wij moeten de mensen niet afschrikken met lange verhalen. We moeten vooral goed luisteren naar wat er leeft in die kantoren. Dan valt er voor ons veel te leren.” Hielke de Lange (29) heeft vooral gelet op hoe de communicatie verliep tussen twee partijen die elkaar nooit eerder hebben ontmoet. Hielke is door FNV Bouw voor vier maanden ingehuurd om te helpen bij promotiecampagnes. Hij heeft ook meegewerkt aan de landelijke actie van FNV Bouw om de nieuwe vorstverletregeling uit te leggen op bouwplaatsen. Hielke: “Je merkt hoe verschillend de sfeer is in de bedrijven. Het is vaak al moeilijk om het ijs te breken. Dan is het daarna nog de kunst om een gesprek op gang krijgen en de aandacht vast te houden. Wat ik nu leer over communicatie kan ik voor mezelf ook goed gebruiken als ik straks begin in mijn nieuwe baan.”

Het ligt zeker niet aan de inzet van de Nijmeegse promotieploeg dat de campagne die middag ook enkele minder positieve ervaringen oplevert. Eerst is er nog een ongedwongen samenkomst met het uta-personeel en de adjunct-directeur van bouwbedrijf Plegt-Vos Stoffels Bouw BV in Gendt in de bedrijfskantine. Adjunct-directeur Jan ten Dam vertelt enthousiast over de inspanningen van zijn bedrijf om meer jongeren te interesseren voor de bouw, vooral voor uta-functies. Katja oppert het idee om in dezelfde bedrijfskantine lunchbijeenkomsten te gaan organiseren over deeltijdwerk en meer
kansen voor vrouwen in de bouw. Dat valt in goede aarde bij de tien uta-medewerkers - waaronder drie vrouwen - die aan de middagboterham zitten. Een uitvoerder besluit ter plekke om lid te worden van FNV Bouw.
Pittig
Die middag wordt het een stevige klus. Het promoteam wordt achtereenvolgens bij drie grote bouwbedrijven geweigerd om contact te maken met het kantoorpersoneel. Er blijft niets anders over dan daar wat folders en chocoladerepen achter te laten. Katja wil de ‘Dag van het Zoet’ niet eindigen met een tegenvaller. Ze stelt voor om als laatste een bezoekje af te leggen aan een klein bouwbedrijf in Velp. Een goede greep, want bij Aannemersbedrijf Jager zijn de medewerkers gastvrij en nieuwsgierig naar wat het FNV Bouwteam komt doen. Het gesprek komt meteen bij de receptie al vlot op gang. Receptioniste en administratiemedewerker Renate Steinissen(26) weet met humor te vertellen waarom ze het als vrouw in de bouw erg naar haar zin heeft. “Ik houd van de directe stijl waarmee men in de bouw met elkaar omgaat. Het geeft mij een trots gevoel om in die sfeer mee te werken aan grote bouwprojecten. Ik ben voor veel medewerkers en klanten het aanspreekpunt, maar soms is het zo hectisch dat ik meer een ‘aanschreeuwpunt’ ben. Communicatie in goede banen leiden vind ik spannend.” Die laatste zin blijft nog even hangen bij de campagnevoerders van regio Oost.
Tekst: Louis Jongeleen
Scholieren vinden bouwberoepen niet aantrekkelijk
Voor veel jongeren die voor hun beroepskeuze staan is de bouw niet aantrekkelijk. Ze denken dat bouwvakkers ruwe gasten zijn die zwaar en smerig werk moeten leveren tegen een vrij laag loon. Maar dat idee over de bouw klopt helemaal niet met de praktijk, menen de leerlingen Monica (19), Michael (17) en Arjan (19) van de bouwopleiding op het ROC Albeda College in Schiedam.
Het gaat goed met de Nederlandse bouw. De productie stijgt, er komt steeds meer werk en er zijn ook steeds meer interessante vacatures. Tegelijkertijd kiezen steeds minder jongeren voor een bouwberoep. Hoe kan dat? Tijdens een pauze tussen de lessen op de Schiedamse locatie van het Albeda College vertellen leerlingen van de bouwopleiding over wat ze zelf meemaken tijdens stages op de bouw. Is werken in de bouw echt zo zwaar?
Michael van Klaveren, tweedejaars leerling van de timmeropleiding, vindt dat flinke lichamelijke inspanning hoort bij het timmervak. Dat ziet hij juist als een pluspunt. “Als je het verstandig aanpakt, hoeft fysieke inspanning helemaal niet verkeerd te zijn. Ik ben graag actief, dus bij mij komt dat goed uit.” Die uitspraak lokt een reactie uit van Monica Berwald, zij is vierdejaars mbo-bouwkunde en ze wil uitvoerder worden. “Je kunt je ook afvragen wat werk zwaar maakt. Ik vind werken pas echt zwaar als je loopt te stressen bij het uitvoeren van je taak. Maar het is nu net de kunst om als uitvoerder het werk goed te organiseren. Als je daarin slaagt, heb je ook minder stress. Als je veel werkdruk hebt omdat de bouw niet loopt dan moet je de oorzaak zoeken bij jezelf.” Arjan Quak is ook vierdejaars op de mbo-bouwkunde. Volgens hem zijn het vooral de scholieren die nooit op een bouwplaats geweest zijn, die de meeste vooroordelen over de bouw hebben. “Dat je de hele dag door de modder moet lopen en dat iedereen om je heen ruwe taal uitslaat, dat beeld van de bouw klopt gewoon niet. Ik heb tijdens mijn stage met plezier op de bouw gewerkt. Na mijn stage ben ik zelfs bij dat leerbedrijf blijven werken. Mensen gaan normaal met elkaar om. En dat je in de bouw niet echt hogerop kan, dat is ook onzin. Ik ben een keer meegegaan naar het huis van de uitvoerder die mijn stagebegeleider was. Nou dat huis waarin hij woonde, dat was behoorlijk riant. En die wagen van hem, die zou ik ook wel willen.”
“Vrouwen kunnen goed organiseren”
De Rotterdamse Monica Berwald (19) heeft in het tweede leerjaar een half jaar stage gelopen op de bouw. Komende zomer hoopt ze haar opleiding af te sluiten. Dan wil ze aan de slag op de bouw, als assistent-uitvoerder of als werkvoorbereider.
“Op de mavo had ik al alle technische vakken in mijn pakket. Bij de keuze van mijn vervolgopleiding ben ik naar verschillende open dagen geweest. De leerlingen van de bouwopleiding kwamen op mij nog het meest enthousiast over. En daarbij leek mij de bouw op zich ook wel aantrekkelijk. Het idee om op een leeg stuk grond, met een groep actieve mensen een mooi bouwwerk te maken! Dat sprak me aan. Ik had me ook voorgenomen om in het praktijkgedeelte van de bouwopleiding in ieder geval ook zelf met mijn handen aan de slag te gaan. Dat heb ik tijdens de stage ook gedaan. Onder begeleiding van een ervaren timmerman heb ik alle voorkomende timmerwerk helpen uitvoeren. En kwam ik er achter dat ik als vrouw voor sommige werkzaamheden fysiek niet sterk genoeg ben. Ik weet nu dat mijn grootste kracht ergens anders ligt, bijvoorbeeld in organisatie en planning van een bouwproject. In dat geregel, daar zijn vrouwen vaak sterker in dan mannen.”
“De bouw is een aparte wereld”
Arjan Quak (19) uit Maassluis, is jaargenoot van Monica. Ook hij wil graag uitvoerder worden.
“Ik zou niet mijn hele werkende leven dag-in-dag-uit achter een computerscherm willen zitten. Asjeblieft zeg, mij niet gezien. Ik ga liever een tijdje naar buiten om iets te doen, iets te maken. Ik ben echt niet bang om vuile handen te krijgen. In de bouw vind ik eigenlijk alle bezigheden die ik prettig vind. Je gaat eerst heel netjes en precies alle berekeningen uitvoeren die nodig zijn voor een bouwproject en daarna kun je in de praktijk zien hoe die tekeningen en berekeningen uitpakken in het echte werk. Dat bouwproces dat je uitdenkt en daarna uitvoert, dat is mooi om te zien. Je ziet soms later pas waar een bepaalde uitsparing precies voor bedoeld was. Voor een trapgat bijvoorbeeld. De bouwwereld is ook een beetje een aparte wereld. Tijdens mijn stage was ik bezig in een woning-in-aanbouw toen de toekomstige bewoners alvast even kwamen kijken. Een timmerman gooide een leeg koffiebekertje weg, zo op de betonnen vloer. Die mensen waren daardoor helemaal van hun stuk gebracht. Dat een bouwvakker zomaar afval in hun huiskamer achterliet! Aan dat soort dingen zie je dat de bouw een andere wereld is. Na de oplevering houdt die wereld op. Ergens anders gaat het weer beginnen, op een andere manier. Dat boeit mij.”
“Bouwen geeft afwisseling’”Michael van Klaveren uit Schiedam (17) volgt de primaire opleiding timmerman. Hij is tweedejaars. Het is zijn eigen initiatief om naast zijn schoolopleiding een dag per week te werken bij een bouwbedrijf.
Michael: “Op onze school hebben ze de gymzaal omgebouwd tot computerlokaal. Ik was het daar helmaal niet mee eens. Ik vind dat op een bouwopleiding ook een vak gegeven moet worden dat met lichamelijke oefening te maken heeft. Want voor veel vakken in de bouw is het belangrijk dat je bewust omgaat met je eigen lijf. Dat is ook een van reden en waarom ik gekozen heb voor de bouw. Je hebt er een bepaalde fitheid voor nodig. Oké, je maakt vaak lange dagen. Tijdens de stage stond ik elke dag om 6 uur op en om vijf uur was ik pas weer thuis. Maar als je dat ritme eenmaal te pakken heb, voelt dat goed. Ik heb zelf gekozen voor de timmeropleiding. Mijn ouders hebben me niet in een richting geduwd. Bouwen is voor mij een prima manier om mijn energie om te zetten. Mijn energieniveau is nogal hoog. Dat zit er bij mij nu eenmaal in. Ik ga straks kiezen voor timmerwerk dat op de bouwplaats wordt uitgevoerd. Dat geeft veel meer afwisseling dan bijvoorbeeld het maken van kozijnen in een timmerwerkplaats. Afwisseling is altijd nodig. Tijdens mijn stage heb ik gemerkt hoe dat werkt. Ik mocht bijvoorbeeld alle werkzaamheden helpen uitvoeren die horen bij de eerste fase van de bouw. Het uitzetten van de maten van een bouwraam, de maatvoering, het stellen van de metselprofielen. Alles moest je doen. Dat kan nooit saai worden.“
Louis Jongeleen
Foto’s Marcus Peters
Werkgelegenheid in de bouw
De bouw trekt aan. De omslag naar een stijging van de bouwproductie en toename van de werkgelegenheid begonnen in 2005. De cijfers van dit jaar laten zien dat de lente in de bouw doorzet. Naar verwachting zal het aantal arbeidsjaren in de bouw (alle banen en baantjes opgeteld tot hele banen van 38 uur/week) doorgroeien van 439.000 in 2006 naar 465.000 in 2011. Werk genoeg dus. Een trend die doorzet is ook de groeiende vraag naar leidinggevenden (projectleiders, uitvoerders) en kaderpersoneel (werkvoorbereiders, calculatoren, commercieel medewerkers e.a.). Omdat het bouwproces complexer wordt, meer voorbereiding vraagt en steeds efficiënter moet verlopen zijn meer jongeren nodig die een degelijke bouwopleiding hebben. Dat kan nog lastig worden, want uit recente cijfers blijkt dat steeds minder jongeren aan de slag gaan in de bouw. In 2000 waren er nog 9.189 toetreders van twintig jaar of jonger. Dat aantal was in 2004 gedaald tot 6.454.
(bronnen: EIB,CBS en Fundeon, 2006)
“Veiligheid op steigers moet net zo gewoon zijn als helmplicht”
Wie ooit op een rolsteiger heeft gestaan, kent dat typische gevoel als de boel een beetje gaat bewegen. Even zweten, maar er is verder niets aan de hand. Tenminste… als de steiger volgens de voorschriften is opgebouwd. Dat blijkt dus lang niet altijd het geval te zijn.
Rolsteigers worden dikwijls gebruikt in de bouw, voor de meest uiteenlopende werkzaamheden. Het zijn gewoon erg handige hulpmiddelen. De onderdelen zijn niet al te zwaar en het opbouwen is niet moeilijk. Iets heel anders is wat de Arbeidsinspectie onlangs ontdekte. Tijdens een controle van 287 kleinere bouwplaatsen werd ook gekeken naar de veiligheid van 119 rolsteigers. Het bleek dat er bij driekwart van deze steigers iets niet in de haak was. Of er ontbrak een leuning of de opbouw deugde niet. Een conclusie van de Arbeidsinspectie was een duidelijke: Daar gaan we voortaan wat scherper op letten!
Lesje
Wie precies denkt te weten hoe je een rolsteiger moet opbouwen en veilig kan gebruiken, weet ook de antwoorden op vragen als: Hoe hoog mag een rolsteiger zijn? Bestaat het leuningwerk op een rolsteiger uit twee of drie delen? Is het gebruik van de schuine stabilisatoren altijd verplicht? Moeten zwenkwielen altijd een wielrem hebben? Wie deze vragen niet kan beantwoorden, kan feitelijk geen rolsteiger opbouwen.*)
Leerling- timmerman Jonathan Koningen (19) uit Nigtevecht staat vaak op een rolsteiger te werken en heeft daar geen moeite mee. “Op een rolsteiger voel ik me altijd wel safe. Ik weet ook zelf hoe je de constructie moet opbouwen. In de praktijk krijg je pas echt in de gaten waar je op moet letten. Ik controleer altijd of de ondergrond stevig en vlak is zodat de steiger niet kan wegzakken.”
Soms is het wel goed als een lesje over veiligheid op steigers eens flink wordt opgefrist, meent Jonathan. “Pas werkte ik op een bouw waar ook schilders bezig waren met een rolsteiger. Op een gegeven moment kwam er een onopvallende man aanlopen. Het bleek dat hij van de Arbeidsinspectie was. Hij keurde de rolsteiger af. De schilders moesten de steiger eerst volgens de regels gaan opbouwen en daarna nog maar even bellen met de Arbeidsinspectie om de boel opnieuw te laten controleren. Zo leer je het wel, dacht ik toen. Dat is een hele andere ervaring dan een lesje uit een schoolboek.”
Concentratie
Het is een bekend feit dat veel ongevallen, ook met steigers, te maken hebben met een gebrek aan concentratie, met gedachteloos handelen of routine. Dennis Stokkers (19 ) uit Eibergen maakt een verrassende vergelijking tussen wat hij op twee verschillende plaatsen meemaakte. Eerst zat hij op de timmeropleiding, maar anderhalf jaar geleden stapte hij over naar de opleiding voor machinaal houtbewerker. Als leerling-timmerman stond hij vaak op rolsteigers, nu staat hij vier dagen per week aan allerlei houtbewerkingmachines. Dennis: “Bij het werken op een steiger heb ik me altijd veilig gevoeld, maar tegelijkertijd had ik ook een ander soort concentratie dan bij werken op de begane grond. Op hoogte let je vanzelf meer op bij je handelingen, je laat je minder afleiden door wat er om je heen gebeurt. Die manier van werken lijkt wel een beetje op wat ik in de houtbewerking meemaak. Ik moet me nu constant bewust zijn van de risico’s van die draaiende machines. Je moet je een beetje afsluiten. Een collega is pas vier vingers kwijtgeraakt. Hij werd geroepen toen hij bezig was met zagen.”
Verantwoordelijkheid
Ook werknemers hebben een eigen verantwoordelijkheid voor veilig werken op de bouwplaats. Als de werkgever het juiste steigermateriaal beschikbaar heeft gesteld en de spullen zijn in orde dan is het aan de werknemers om een rolsteiger volgens de regels op te bouwen. Sebastiaan Nieuwhof (20) uit Leeuwarden heeft zijn vakopleiding ‘timmerman-gevorderden’ bijna afgerond.
Het leerbedrijf waar hij vier dagen per week werkt, schakelt hem af en toe in
voor klein onderhoudswerk voor particulieren. Bij dat kleinere ‘burgerwerk’ maakt hij dan soms gebruik van een rolsteiger. Sebastiaan vat zijn eigen verantwoordelijkheid serieus op. En dat doet hij niet alleen voor zijn eigen veiligheid. “Ik zie soms hoe het fout kan gaan. Het is vaak door de haast en de werkdruk waardoor een steiger niet wordt opgebouwd zoals het moet. Als ik merk dat iemand daarbij een fout maakt dan zeg ik er iets van. Je bent tenslotte niet in je eentje bezig op de bouwplaats. Als er een fout gemaakt wordt dan blijven de gevolgen meestal niet beperkt tot die ene persoon die de fout heeft gemaakt. Je bent altijd van elkaar afhankelijk als het om veiligheid gaat. Correct opbouwen van een rolsteiger is in die zin vergelijkbaar met bijvoorbeeld de helmplicht. Als iedereen zich aan de veiligheidsregels houdt loopt niemand extra risico.”
Drie op vier
Leerling-timmerman Arjan Bos (17) uit Steenwijk reageert aanvankelijk verbaasd als hij hoort dat er in drie van de vier gevallen iets fout gaat met het opbouwen en gebruiken van rolsteigers. Even later komt hij met een constructief voorstel. “Op de vakopleiding wordt je al precies geleerd hoe je met een rolsteiger moet werken. Als je het daarna in de praktijk een paar keer gedaan hebt samen met ervaren collega’s, dan moet je het onderhand wel kunnen. Maar ja, als dan blijkt dat er regelmatig ongelukken gebeuren met rolsteigers dan wordt het misschien toch weer tijd voor een nieuwe veiligheidscampagne, bijvoorbeeld met de titel drie op vier.”
*) Alles waarmee je rekening moet houden bij opbouw en gebruik van rolsteigers staat kort en helder samengevat in de brochure: Abomafoon nummer 5.08 Rolsteigers, die je kunt opvragen bij Aboma+Keboma, Postbus 141, 6710 BC Ede, tel. 0318 691920, e-mail info@ aboma.nl
Louis Jongeleen
Jongeren verdienen beter…dan ze krijgen
Uit de salarisstrookjes blijkt dat jongeren de laatste jaren geen loonstijging, maar een loondaling hebben geïncasseerd. Tegelijkertijd is er in de bouw grote behoefte aan meer jongere werknemers. Hoe valt dat te begrijpen? Moeten jongeren maar afwachten wat ze krijgen of kan het ook anders?
De koopkracht van jongeren is de afgelopen vijf jaar gedaald met vijftien procent en de lonen van jongeren liepen in dezelfde periode terug met gemiddeld acht procent. Die cijfers komen uit een recent onderzoek van de FNV naar de lonen van jongeren tussen de vijftien en twintig jaar. Dertigduizend jongeren hebben via de internetsite http://www.loonwijzer.nl vragen beantwoord over hun inkomsten en over hun positie op de arbeidsmarkt. Er kwamen interessante gegevens naar voren. Zo blijkt dat meiden nog altijd gemiddeld drie procent minder verdienen dan jongens. De nieuwe voorzitter van de jongerenorganisatie FNV Jong, Judith Ploegman sloeg naar aanleiding van het onderzoek met haar vuist op tafel. Zij vindt dat alle jongeren vanaf 18 jaar het wettelijke minimumloon moeten krijgen Nu krijgen ze dat pas vanaf hun 23ste jaar. Verder stelt ze voor dat jongeren zich gaan trainen in het onderhandelen over hun eigen loon.
Geldwolven
Het beeld dat jongeren heel erg gericht zijn op veel geld verdienen en snel succes, is nogal eenzijdig. Niet alle jongeren zijn geldwolven. Er zijn ook jongeren die serieus nadenken over hoe ze een goede baan kunnen krijgen met een redelijk loon. Chris Staal (25) uit Kloosterburen is timmerman in de restauratie. Hij heeft een nuchtere kijk op zijn positie. “Als je kiest voor een beroep in de bouw weet je dat je een goed loon zult kunnen verdienen. Maar je weet ook dat er niet schatrijk van zult worden. Geld verdienen is niet het belangrijkste. Ik wil in de eerste plaats mooi werk maken. Op dit moment ben ik bezig met de restauratie van een boerderij uit 1560. Dat is echt schitterend vakwerk wat we daar uitvoeren.” Chris heeft al iets bereikt in zijn vak. Hij rekent zichzelf dan ook al tot de wat ‘oudere jongeren’. “Sommige jongeren die net van school afkomen willen zoveel mogelijk geld verdienen. Later komen ze er misschien achter dat het daar niet alleen om gaat.”
Financieel zelfstandig
Voor Wilco van Klaveren (23 ) uit Rijnsburg is geld verdienen geen probleem. Hij heeft een opleiding als timmerman gedaan, maar schakelde over op het beroep van kraanmachinist. Als hij wat meer wil verdienen maakt hij gewoon wat meer uren. Maar op een heel ander punt loopt ook hij tegen grenzen aan. “Met mijn loon zit ik nu bijna in de hoogste schaal. Per week maak ik gemiddeld tussen de 55 en 60 werkuren. Feit is dat ik gewoon goed verdien. Maar helaas is dat nog steeds niet voldoende om als starter een woning te gaan kopen. Die situatie is volgens mij erg scheef. Ik woon nog bij mijn ouders terwijl ik op mezelf wil zijn. Ik ben financieel zelfstandig, maar er is geen betaalbaar huis voor mij. Zo blijf je als jongere toch in een afhankelijke positie zitten. Er zit niks anders op dan maar blijven doorsparen.”
Auto en uitgaan
Bij onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden wordt beslist over de hoofden van jongeren heen. Maar krijgen jongeren wel de kans om iets te zeggen over hun eigen positie? Wat dat betreft heeft leerling-metselaar Melvin Lammers (19) uit Luttenberg een duidelijk verhaal. Hij zit op vakopleiding en is bezig met de cursus metselaar2. Melvin: “Tijdens de opleiding zijn we in dienst van het Samenwerkingsverband. Ik ben niet ontevreden met wat ik verdien, maar ik houd er niet veel van over. Aan mijn auto en aan uitgaan ben ik aardig wat kwijt. Ook de benzine is duur. En van school krijg ik geen redelijke reisvergoeding. Ze hebben een regeling die gebaseerd is op een bromfietsvergoeding van 7 eurocent per kilometer. Omdat ik auto rijd, schiet ik er elke maand 130 euro bij in. Met de docenten valt hierover gewoon niet te onderhandelen. Ze hebben toch altijd gelijk.” Hij kan er boos om worden, maar laat zich er uiteindelijk niet afleiden van zijn toekomstplannen.”In juni ben ik klaar met mijn opleiding. Misschien ga ik daarna door met een vervolgopleiding. Daar heb ik gewoon zin in. Hoe meer ik geleerd heb des te meer kan ik straks verdienen.”
Minimumloon
“Nog vier maanden en dan heb ik mijn vakdiploma timmeren 2”, zegt Edwin Schepop (19) uit Vaassen op zelfverzekerde toon. Hij is zich bewust van wat hij straks als vakman te bieden heeft. “Bij het leerbedrijf waar ik het praktijkgedeelte van mijn opleiding doe, kan ik waarschijnlijk in dienst komen als ik mijn vakdiploma heb. Ik werk daar feitelijk al vier jaar en ze willen me graag voor vast hebben. Maar voordat ik een contract teken, ga ik wel even kijken wat er in de CAO staat. Ik wil weten op welk loon ik recht heb en hoe het zit met reisvergoeding. De werkgever moet er natuurlijk niet erg ver onder gaan zitten. In die zin voel ik me tot niets verplicht. Een werkgever wordt er niet slechter van door mij in dienst te nemen. Dan hoef ik er ook niet slechter van te worden. Ik laat me niet afschepen. Het voorstel van FNV Jong om alle jongeren van 18 jaar en ouder het minimumloon te geven, vind ik ook daarom een prima idee.”
Louis Jongeleen
Werken met de oudjes: lastig of leerzaam?
Je ziet ze steeds meer in de bouw: grijze haren en kale kruinen. Het metsel-, timmer- en schilderswereldje vergrijst. Waar oudere bouwvakkers langer moeten doorwerken, komen er minder jongeren bij. Wat vinden jongere vaklieden van collega’s die hun vader of soms zelfs hun opa kunnen zijn: lastig of leerzaam?
Het is een vreemde ontwikkeling. Voor het eerst in jaren neemt de werkgelegenheid in de bouw weer toe. Een goede zaak, zou je toch zeggen. Maar er zijn zorgen. De bouw vergrijst namelijk in rap tempo. Het aantal 55-plussers is in de laatste negen jaar verdubbeld, blijkt uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Liefst 15 procent van de mensen in het bouwwereldje is 55 jaar of ouder. En deze trend zet zich door. Op zich niet zo erg, maar dan moeten er wel vervangers klaar staan. Daar wringt de schoen. Steeds minder jongeren doen een bouwopleiding. De overheid en de scholen proberen ze daarom te stimuleren om voor de bouw te kiezen.
Oudjes weten alles
De jongeren die al in de bouw werken, zijn vaak omringd met grijze koppies. Echt een probleem vinden zij dat niet. Timmerman Roy van Nieuwenhuizen heeft de afgelopen drie jaar eigenlijk alleen maar met ‘krasse knarren’ gewerkt. Hij is twee jaar leerling geweest in de renovatie, nu werkt hij alweer ruim een jaar bij een Utrechts restauratiebedrijf onder toezicht van Cor die al tegen de zestig loopt. De twee zijn onafscheidelijk, waar de oude leermeester gaat, volgt zijn leerling. Roy heeft geen enkel probleem met het enorme leeftijdsverschil. Zijn mentor had dan wel zijn opa kunnen zijn, hij steekt er verschrikkelijk veel van op. “Ik kan heel veel van zo’n man leren. Hij is zo ervaren, heeft al zoveel meegemaakt in het vak”, legt hij uit. “Zulke mannen weten van alles.”
De praktijklessen van Cor zijn een goede aanvulling op de opleiding die hij doet via samenwerkingsverband SBBU. “Je leert op school veel hoor, maar dat is meer de theorie. Dit is gewoon de praktijk. Cor leert mij de fijne kneepjes, de trucjes.” De belangrijkste lessen van de oude leermeester: goed maatvoeren en het werk altijd controleren. “Ik vergeet dat soms en dan gaat het fout.” Met een lach: “Dan krijg ik van hem op mijn sodemieter.”
Leeftijdsverschil onbelangrijk
Voor Johnny Mols maakt het niet zoveel uit hoe oud zijn collega’s zijn. De 19-jarige Amsterdammer plaatst systeemwanden en -plafonds. Hij merkt heus wel verschillen met mannen die al jarenlang in het vak zitten, maar vindt het geen punt. “Het ligt er maar aan hoe je zelf bent, dan is dat leeftijdsverschil helemaal niet belangrijk.” De afgelopen tijd heeft hij nauw samengewerkt met iemand die alles inmiddels met zijn ogen dicht kan doen. “Ja, die had zoveel ervaring, hij deed het geloof ik al meer dan 25 jaar. Er was een grote generatiekloof, zoals ze dat noemen.” Het verschil merkte Johnny vooral in de dingen waarover ze spraken. “Je hebt het eigenlijk alleen maar over het werk. Zo’n man heeft zo’n gigantisch ander leven. Met een vrouw en kinderen. Die gaat ook niet meer uit.” Vervelend vond hij het niet. “Ik kon verder goed met hem opschieten. Je leert veel van zo iemand. Hij heeft vakkennis, kent allemaal foefjes. Dingen die normaal zijn voor hem, heb ik gewoon gekopieerd.”
Liever achter de computer
Egge-Jan Strooker is met zijn 41 jaar één van de jongeren op de bouwplaats. De timmerman in de betonsector uit het Noord-Hollandse Spanbroek voelt dat zelf wel een beetje zo. “Voorheen zat je als jongste tussen de dertigers, nu zijn het vooral vijftigers die soms al tegen de zestig lopen. Je had vroeger veel jongeren, nu beginnen de ouderen de overhand te krijgen.” Een vreemde situatie. Hoe kan dat? “De bouw is voor jongeren onaantrekkelijk. Ze leren vaak door. Lopen een keertje stage en besluiten dan toch maar even door te gaan. Het werk is zwaar en over de betaling kun je de laatste jaren nou ook niet echt naar huis schrijven. Dus, als je achter de computer hetzelfde kunt verdienen, waarom zou je dan in de bouw gaan?”
Egge-Jan timmert al ruim twintig jaar. Het is volgens deze ouder jongeren niet per se verkeerd dat er zoveel grijze mannen rondlopen in het bouwwereldje, maar “het is toch wel jammer voor de doorstroming in de bouw. De oudjes krijgen normaal op een gegeven moment de lichter klussen, het aftimmerwerk, terwijl de jonkies dan het zware werk oppakken. Nu blijven ze dat zelf doen. Dat hoort eigenlijk niet zo.”
Maak bouw aantrekkelijk
Een voordeel is wel dat de arbeidsomstandigheden in de bouw de laatste jaren beter zijn dan in de tijd dat Egge-Jan zijn eerste spijkers sloeg. “Ja, dat moet ik wel zeggen. Toen ik hierin terechtkwam, was het een stuk erger qua veiligheid enzo.”
Volgens hem is er een oplossing om ervoor te zorgen dat de oudjes in één stuk hun pensioen halen: de bouw aantrekkelijker maken, zodat er meer jongeren voor kiezen. “Dat zou al heel wat schelen. Ik heb vandaag ook weer de hele dag in vijf centimeter water gestaan. Dan denk je op een gegeven moment ook wel: moet dat nou zo? Ja, en jongeren, die knappen natuurlijk af op dat soort dingen.”
Peter te Lintel Hekkert
Foto’s Ton Poortvliet
Powered by ExpressionEngine
Bewerkt door Duck Swart
| Niet te vinden? |
![]() |