/jong

in the picture

Alles beweegt en dat allemaal van hout

Het is een paar dagen voor de bouwvakvakantie én voor de feestelijke oplevering van ‘Remco’s molen.’ In de werkplaats van Leerbedrijf SPB Zaanstreek/Waterland, waar Remco eerstejaars is, legt hij de laatste hand aan het bovenhuis. ‘De Leeuwerik anno 2007’ heeft hij net met sierlijke zwarte letters op de zijkant geschilderd. De losse onderdelen - de put, de piramide, het bovenhuis, de wieken - liggen, glanzend in rood, wit, zwart en groen, te wachten op vervoer. Remco doceert hoe de molen, die 4,4 meter hoog zal zijn, straks op de golfterrein het water uit de greppels zal pompen. image

Oorspronkelijk dienden weidemolens om weilanden droog te houden. De nieuwe Leeuwerik zal wel werken, maar toch vooral voor de sier op de golfclub staan. Op de plaats waar eerst het vergane exemplaar stond. Een paar van de oude stukken heeft Remco verwerkt in de nieuwe, die hij helemaal uit het hoofd heeft gemaakt. Tien weken lang heeft hij er, grotendeels zelfstandig, aan gewerkt. “Een heel knap stukje werk, zegt begeleider Jery Bruinsma. Remco glimlacht bescheiden. “Voor mij is dit niet zo moeilijk. Ik heb ze uit-en-ter-na bestudeerd.”

Heb je al eens eerder een weidemolen gebouwd?
“Ja, een grotere, in het laatste jaar van het vmbo. Dat mocht ik doen in plaats van enkele schoolmodules. Maar toen ik klaar was met school, was de molen nog niet af. Ik heb die toen in de zomervakantie afgemaakt met hulp van een bevriende molenaar. In totaal ben ik er wel een half jaar mee bezig geweest.”

Is die molen ook in gebruik?
“Nee, want hij heeft geen put. Maar hij staat wel in een weiland bij de Zaanse schans. Op de fundering van een oude molen.”

Hoe kom je aan die passie voor molens?
“Ik ben er een beetje ingerold. Toen ik een jaar of 10 was, ging ik elke weekend naar de Zaanse schans. Daar raakte ik bevriend met de molenaar van oliemolen ‘de Zoeker’. Hij leerde me olie slaan (olie persen uit zaden) en de molen draaien. Vanaf mijn twaalfde hielp ik met kleine klusjes: schilderen, onderhoud. Zo is het begonnen. Ik heb heel wat weekends en vakanties klussend bij de molens doorgebracht. Ik werd lid van de timmerclub van ‘de Vereniging de Zaanse Molen’. Daar timmerde ik kleine modellen. Later had ik een bijbaantje in een mosterdmolen. Ik liet de molen draaien en ik verkocht mosterd .”

Dus terwijl vrienden aan brommers sleutelden en gingen stappen, was jij elk weekend bij de molens?
“Ik heb altijd geprobeerd het een met het andere te combineren. Ik heb ook heel veel aan brommers en oude auto’s gesleuteld. Nog steeds trouwens. Ik hou van oude dingen. Nu ben ik nog ongeveer één avond en één dag in het weekend bij de molens. Ik zit voor de vereniging in de maalploeg van molen de Zoeker en ik ben bezig mijn molenaarsdiploma te halen. Dan mag ik zelfstandig elk type molen draaien.”

Wat is er zo fascinerend aan molens?
“Alles. De grootte, de techniek. Alle verbindingen zitten zo ingenieus in elkaar. Alles beweegt en dat allemaal van hout. Zeker als je bedenkt dat de meeste rond 1600 gemaakt zijn. Vierhonderd jaar geleden! Zo knap.”

Die liefde voor hout en timmeren, waar komt die vandaan?“Ik kom uit een echte bouwfamilie. Mijn vader is aannemer en is altijd aan het timmeren en klussen. Mijn opa heeft 40 jaar bij een bouwbedrijf gewerkt en ook mijn overgrootvader werkte in de bouw. Mijn oudere broer is nu aan het leren voor uitvoerder.”

Dus dat jij timmerman zou worden, lag al vast?
“Dat ik naar vmbo-bouw ging, lag wel voor de hand. Maar daarna ben ik naar het hout- en meubileringscollege in Amsterdam gegaan voor de opleiding tot meubelmaker. Dat heb ik één jaar gedaan, maar dat was het toch niet. Ik vond het te priegelig. Ik wil liever grote houten dingen maken. En ik werk ook liever buiten dan binnen. Dus toen ben ik vorig jaar hier op het SPB gekomen. In het 3e jaar wil ik de richting houtrestauratie gaan doen. Oude houten panden en monumenten in originele staat restaureren, dat doe ik het liefst.’

En molens bouwen?
“Dat is mijn droom. Na de bouwvak kan ik misschien bij Molenmakerij Kistemaker & Korver in Middenbeemster gaan werken. Ik hoop dat het doorgaat en dat ik er drie jaar kan blijven. Daar heb ik heel veel zin in. Het is echt een kans om binnente komen in dat wereldje.”

Dat is moeilijk?
“Ja. Er zijn niet zoveel molenmakerijen meer. Op zich is er best veel werk in onderhoud, restauratie en heel soms de bouw van een nieuwe molen. Maar het is allemaal afhankelijk van subsidies. Geen subsidies betekent geen werk.”

En na drie jaar? Ben je dan molenmaker?
“Nee, nog lang niet. Voordat je zelfstandig een molen kunt bouwen, ben je zo tien jaar verder.”

Dat heb je toch nu al gedaan?
“Ja, maar dit is maar een kleintje. Bij een grote molen komt zoveel meer kijken. En voor je je zelf molenmaker kan noemen, moet je alle soorten molens kennen en kunnen restaureren.”

Ben je toch niet een klein beetje trots?
“Een beetje, maar het kan altijd beter en mooier.”


Foto’s © Chris Pennarts

Jong talent volgt masterclass bij Heijmans

Wat bij bedrijven als Shell al is ingeburgerd, was in de bouw tot nog toe een onbekend verschijnsel: het organiseren van een ‘masterclass’ voor bijna afgestudeerde studenten. Om jong talent kennis te laten maken met het bedrijf én eventueel binnen te halen. Bouwonderneming Heijmans waagde zich eraan en gaf achttien studenten van verschillende TU’s een kans om in korte tijd veel te leren. En zich te profileren. Rick Bruinink (24) was één van hen. “Het was een fantastische ervaring!”

Vier dagen lang heb je bij Heijmans workshops gevolgd en je beziggehouden met het oplossen van een concrete en lastige case: de uitbreiding van de hockeyclub in Den Bosch. Veel geleerd?
“Heel veel! Je krijgt de kans om je in een week tijd enorm te ontwikkelen. We zijn vier dagen lang van half acht ‘s ochtends tot half twee ‘s nachts in de weer geweest. Het overtrof mijn verwachtingen. Heijmans heeft er veel geld en energie in gestopt en het was een masterclass van hoog niveau. Ik voelde me wel een geluksvogel dat ik er bij kon zijn. Iedereen die geselecteerd was voor de masterclass krijgt de kans zijn afstudeerproject bij Heijmans te doen. Ik had echter van te voren mijn stage al geregeld bij Heijmans. En mocht om die reden ook eigenlijk niet meedoen aan de masterclass. Maar ik had geluk: op het laatste moment viel er iemand uit.”

Wat heb je die dagen allemaal gedaan en geleerd?
“Te veel om op te noemen. Ik heb onder andere geleerd hoe ik functioneer in een groep. We werden onderverdeeld in drie groepjes en het groepje dat het beste idee had voor de uitbreiding van de hockeyclub won. Dat idee gaat ook echt onderzocht worden op haalbaarheid. De hockeyclub ligt ingeklemd tussen een grote plas en een snelweg, dus moesten we flink creatief zijn. Er werden ook workshops georganiseerd: creatief denken, presentatietechnieken en klantgerichtheid. Voor mij was dat heel leerzaam. Vooral om eens ‘out of the box’ te denken. Helaas won ons groepje net niet. Het scheelde maar één punt! ‘s Avonds gaven de verschillende divisies van Heijmans een presentatie. Ik vond het heel inspirerend.”

Wat heeft een boerenjongen uit het Noorden met de wereld van de bouw?
“Ik heb altijd iets met bouwmachines gehad. Ik ben opgegroeid op een boerderij tussen de machines en zat in Heerenveen op school. Jarenlang heb ik daar uit het raam gekeken naar de aanleg van een gigantisch klaverbladwegennet. Dat vond ik prachtig om te zien. Hoe al die grondverzetmachines, kranen en shovels en al die mensen op de bouwplaats stap voor stap een klaverblad uit de grond stampten. Heel lang had ik zicht op de bouwwerkzaamheden en ineens zag je het resultaat per dag groeien. Geweldig, dat zo’n bouwproces dan ineens tot één geheel gaat leiden. Dat was voor mij toen als zestienjarige de aanleiding om die wereld in te gaan.”

Wat fascineert jou nou het meest aan de studierichting die je hebt gekozen: de grond, - weg, - en waterbouw?
“Het gaat vaak om grote, complexe projecten die je als aannemer van de grond moet krijgen. Je werk samen met verschillende mensen, die elk met hun eigen vakkennis ervoor zorgen dat een viaduct of klaverblad er uiteindelijk komt. Je zet iets neer waar mensen gebruik van maken, vaak gaat het dertig tot vijftig jaar mee. Dat spreekt mij aan. Stel dat ik over veertig jaar tegen mijn kleinkind kan zeggen: ‘Kijk, dat heeft opa lang geleden gebouwd.’ Dat is toch een prachtig idee? Ik heb een voorliefde voor PPS-projecten in de bouw. PPS is een vernieuwende contractvorm waarbij bouwondernemingen veel meer taken krijgen. Zoals naast de bouw ook het ontwerp, beheer en onderhoud en soms zelfs de financiering van een project. Mijn afstudeeronderwerp heeft hier ook mee te maken”

Je bent nu dus in de afstudeerfase van de studie Civiel Techniek en Management en komt straks op kantoor terecht. Ooit wel eens op een bouwplaats rondgekeken?
“Ja absoluut. Ik doe al acht jaar vakantiewerk bij een loonbedrijf. Ik werk dus in de zomer bij allerlei aannemers en heb dat altijd heel leuk gevonden. Ik ga straks werken op een ander niveau, ik heb niet voor niets gestudeerd, maar ik ben blij dat ik ook weet hoe belangrijk die mensen zijn die uiteindelijk het werk uitvoeren. In die zin voel ik me net zo thuis in de bouwkeet als op kantoor.”

Word jij als studiebol gewoon geaccepteerd door je collega’s?
“Ja, geen probleem. Ik kan niet ontkennen dat er een kloof is tussen de mannen op de bouwplaats en de projectleiders. Maar of je wel of niet geaccepteerd wordt, is afhankelijk van je eigen opstelling. Ik voel mij niet ‘beter’ dan mijn collega’s omdat ik studeer. Ik ben niet het type dat hoog van de toren blaast. Als mensen aan mij vragen wat ik doe: zeg ik dat ik op school zit. In plaats van te roepen dat ik Civiele Techniek studeer. En als ze zien dat je net zo hard werkt, is er niets aan de hand.”

Hoe zie jij je toekomst?
“Wie weet kan ik na mijn stage bij Heijmans aan de slag. Dat zou ik, denk ik, wel willen. Dat was natuurlijk ook leuk en spannend aan de masterclass. Af en toe zag je mensen van Heijmans aantekeningen maken. Er werd goed naar ons gekeken. Het is een groot, innoverend bouwbedrijf, dat maakt het voor mij interessant. Het gaat om grote projecten waar miljoenen mee gemoeid zijn. Toch zou ik eerst terug in de uitvoering willen om meer ervaring en kennis op te doen. Maar we zullen zien hoe het loopt. Ik ben net in Den Bosch gaan wonen en vind het een leuke stad. Bourgondisch en de mensen zijn een stuk uitbundiger en opener dan waar ik vandaan kom. Daar moet ik wel aan wennen, maar…dat is juist goed voor deze nuchtere Noordeling.”

Tekst Mandy Beekman

‘Als je door kán leren, doe het!’

zegt werkvoorbereider Theo Freijser.

Als kind wilde Theo Freijser (25) in de voetsporen van zijn vader treden en timmerman worden. VMBO bouwkunde was dan ook een logische keus. Daarna volgde het MBO en veranderde zijn ambitie richting een ‘leidinggevende functie’. Dat werd snel werkelijkheid. Sinds twee jaar werkt Theo bij Janssen de Jong Infra in Breda, een groot grond- en wegenbouwbedrijf. Eerst als uitvoerder, sinds ruim een half jaar als werkvoorbereider. “Ik dacht: binnen zitten is niets voor mij, maar het bevalt heel goed.”

image

Theo is geboren en getogen in Rilland, een klein dorp met 3500 inwoners onder de rook van Bergen op Zoom. Sinds twee jaar woont hij er samen met zijn vriendin, op een steenworp afstand van zijn ouders en broer. “Ze krijgen me hier niet snel weg”, vertelt hij. “Het is een leuk dorp. Ik voel me hier prettig.” Toch koos hij onder andere voor Janssen de Jong Infra omdat dit grond- en wegenbouwbedrijf marktleider is op de Nederlandse Antillen. Een paar jaar werken en wonen onder de Caribische zon, leek Theo wel wat. Maar dat was voor hij ging samenwonen. Nu staat eerst een grote verbouwing gepland en dan misschien een kindje…

Als kind wilde je timmerman worden.
“Ik was altijd aan het timmeren en zagen en vanaf mijn twaalfde ging ik altijd met mijn vader mee klussen. Hij is ooit begonnen als timmerman, maar werkt al meer dan 25 jaar op de onderhoudsafdeling van een sigarettenfabriek. In de avonduren en weekenden is hij echter vaak ergens aan het klussen.”

Veel jongens stoppen na het VMBO en gaan gelijk de bouwplaats op. Jij ging verder naar het MBO. Waarom?
“Ik had na de basisschool ook naar de havo gekund, maar ik wilde liever een vak leren. Daarom ging ik naar het VMBO, maar ik wist toen al dat ik door wilde naar de MTS. Eigenlijk had ik ook nog de ambitie om de HTS te doen, maar na mijn afstudeerstage kon ik bij Ballast Nedam blijven. Ik was net twintig en het geld lokte, maar ik er wel spijt van gehad dat ik toen niet door ben gegaan naar de HTS.”

Waarom?
“Als je ing. voor je naam hebt staan, heb je toch net iets meer aanzien bij vertegenwoordigers en opdrachtgevers, merk ik. Ook biedt het meer doorgroeimogelijkheden. Mijn advies luidt dan ook: als je door kán leren, doe het. Als je je papieren hebt, kan je altijd nog een stap terug doen, maar zonder papieren, is een stap omhoog een stuk moeilijker.”

Je mag toch niet klagen over je carrière. Bij Ballast Nedam was je binnen een jaar uitvoerder!
“Dat klopt. Ik begon daar als assistent-uitvoerder. Na zeven maanden werd de uitvoerder ziek en toen mocht ik het als uitvoerder proberen.”

En, hoe ging dat: als 21-jarige, net van de opleiding en dan al leidinggevende op de bouwplaats?
“Ik ben in het begin wel eens jankend thuisgekomen…Je hebt zo’n verantwoordelijkheid en weet natuurlijk nog niet precies van de hoed en de rand. Dat maakt onzeker en je wilt alles leren en goed doen, dus ik werkte echt keihard. Gelukkig werd ik goed begeleid door de projectleider en werkte ik met een hele leuke ploeg.”

Waarom ging je weg?
“Ik moest weg vanwege een reorganisatie. Heel jammer, vond ik, want ik had het er echt naar mijn zin. Het heeft me ook wel zeer gedaan. Ik had echt altijd 24 uur per dag voor het bedrijf klaargestaan, maar dat maakt op zo’n moment dus helemaal niets uit.”

En toen? Toen stond je op straat?
“FNV Bouw heeft die hele ontslagprocedure voor me afgehandeld. Daar was ik heel blij mee. Er komt ineens zoveel papierwerk en geregel op je af waar je niets van weet en zij staan aan jouw kant. Het was de plicht van Ballast Nedam om mij te helpen elders werk te vinden. Uiteindelijk had ik via een detacheringbureau binnen een paar dagen al ander werk: bij Janssen de Jong Infra, ook als uitvoerder. Grond- en wegenbouw was compleet nieuw voor mij, maar dat vond ik juist wel een uitdaging.”

Je bent nu werkvoorbereider. Vanwaar die overstap?
“Het is weer iets nieuws waarbij ik vooral op financieel gebied veel bij kan leren. Ik zorg ervoor dat het materiaal en de planning op orde zijn zodat de uitvoerder verder kan. In de praktijk komt dat vooral neer op: goed plannen en goed inkopen, dus onderhandelen met vertegenwoordigers en onderaannemers voor de laagste prijs. Daarnaast heb ik veel contact met opdrachtgevers.”

Wat zijn de leuke kanten aan het werk?
“Het is heel afwisselend omdat je vaak met meerdere projecten tegelijk bezig bent. Ook het werken in een team vind ik heel leuk.”

Wat moet je er voor kunnen?
“Het is handig als je de markt: de leveranciers en de prijzen, een beetje kent, maar dat is snel geleerd. Verder moet je goed kunnen plannen en dus wel enigszins een idee hebben van het werktraject van in mijn geval bijvoorbeeld het vervangen van een riool of het bestraten van een weg. Daarnaast moet je communicatief wel wat kunnen. Om goed te onderhandelen, moet je soms ook hard durven zijn.”

Het is een bureaubaan. Mis je de buitenlucht?
“Minder dan ik had verwacht. Ik heb altijd geroepen: binnen zitten, is niets voor mij, maar het bevalt eigenlijk heel goed. Overigens was als uitvoerder zeventig procent van het werk ook al administratief, dus zo groot was de overgang niet.”

Wat zijn je toekomstplannen en ambities; wat doe je over tien jaar?
“Ik ben niet zo’n planner en heb het hier voorlopig nog heel erg naar mijn zin, maar ooit hoop ik wel door te groeien naar projectleider.”

Tekst: Eva Prins

 

Zolang ik me kan blijven ontwikkelen, zit ik goed

Woonconsulente Jessica Westerveld (27)
Op de lagere school wilde ze verpleegster worden, maar na de mavo koos ze voor de meao-administratie. Inmiddels werkt Jessica Westerveld (27) alweer ruim zeven jaar bij Algemene Woningbouwvereniging Nieuwendiep in Den Helder. Het laatste half jaar als woonconsulent. Bemiddeling bij burenruzies vindt ze het leukst. ‘Het is een uitdaging om het goed te krijgen en een kick als het lukt.

image

Wat doet een woonconsulent?
‘Heel veel. Ik hou de administratie bij van woningzoekenden. Ik doe de aanbiedingen van de woningen, voer het aanbiedingsgesprek en stel het huurcontract op. Ik behandel ook huuropzeggingen en ik schrijf mensen aan als dingen niet in orde zijn, bijvoorbeeld het tuinonderhoud. Daarnaast doe ik sinds kort ook de bemiddeling bij burenoverlast. Dan ga ik in gesprek met beide partijen - eerst los van elkaar. Ik onderzoek wat er precies aan de hand is, bedenk een oplossing en bespreek die vervolgens weer met de ruziënde buren.’


Wel eens agressieve mensen tegenover je gehad?
‘Ja, maar niet bij burenruzies. In de zeven jaar dat ik nu bij Nieuwendiep werk, heb ik twee keer echt met agressie te maken gehad. De eerste keer - ik was toen nog receptioniste - sloeg iemand woedend een bloempot van de balie. De tweede keer was tijdens een gesprek op kantoor. Deze klant had van ons een ‘slechte verhuurderverklaring’ gekregen. Dat betekent dat iemand bijvoorbeeld de woning niet netjes bewoonde of niet op tijd betaalde. Daarop volgt altijd een gesprek. Dat doen we met zijn tweeën. Deze klant werd heel boos: schelden, tieren, gooien, maar hij heeft ons gelukkig niet aangeraakt.’


Ben je op zo’n moment bang?
‘Nee, gek genoeg niet. Ik ben niet zo bang uitgevallen. Ik ben heel rustig gebleven en liet hem gewoon uitrazen. Deze mensen zijn vaak wanhopig. Met zo’n verklaring is het gewoon heel lastig om elders een woning te krijgen, dus ik kan me hun boosheid ergens ook wel voorstellen.’


Wat is het leukste onderdeel van je werk?
‘De bemiddeling bij burenoverlast. Het zijn vaak best complexe problemen. Bij de meeste burenruzies gaat het om geluidsoverlast, soms ook om huisdieren of om rotzooi in de portieken of de trappen. Voor zo’n ruzie bij ons terecht komt, zijn de ergernis en frustratie vaak al heel hoog opgelopen. Ik vind het een uitdaging om dat dan weer goed te krijgen en een kick als het lukt - en meestal lukt het. Soms al met één brief, soms zijn er meerdere gesprekken nodig en soms moet de politie er aan te pas komen. Maar ik heb tot nu toe nog nooit meegemaakt dat mensen hun woning zijn uitgezet.’


Wat voor kwaliteiten moet je hebben als woonconsulent?
‘Je moet je goed in mensen kunnen verplaatsen, goed kunnen luisteren en begrip tonen, maar ook voet bij stuk kunnen houden. Daarnaast moet je stressbestendig en flexibel zijn, want er gebeurt op kantoor vaak van alles tegelijk.’


Bij ‘Bouw’ denken mensen meestal aan bouwvakkers op de steiger, niet aan een kantoorbaan bij een woningbouwvereniging. Heb jij wel het gevoel dat je ‘in de bouw’ werkt?
‘Inmiddels wel. Ik ben niet technisch, maar moet klanten bijvoorbeeld wel informeren over nieuwbouwprojecten. Dus daar moet ik wel wat van afweten. Dat geldt ook voor onderhouds- en reparatieverzoeken. Ik vind de bouw een hele leuke sector. Ik vind het bijvoorbeeld echt mooi om nieuwe huizen te zien ontstaan. En uiteindelijk heeft de hele samenleving er profijt van. Iedereen wil toch een dak boven zijn hoofd.’


Je bent al jaren lid van FNV Bouw. Waarom?
‘FNV Bouw doet veel voor werknemers, vind ik. Ze sluiten niet alleen de cao af, maar als je bijvoorbeeld problemen hebt met je werkgever, kan je ook op ze terugvallen. Ik heb zelf advies gevraagd toen we als personeel werden ondergebracht bij VOF Woontij. Daardoor teken ik dan toch met een geruster hart een nieuw contract. Ook heb ik veel aan de bond gehad toen ik het oneens was met mijn inschaling. Uiteindelijk heb ik met terugwerkende kracht over een paar jaar meer salaris gekregen.’


Was een woningbouwvereniging voor jou een bewuste keus?
‘Nee. Op mijn 19e kwam ik van de Meao en ik wilde aan het werk. Via het arbeidsbureau ben ik toen als receptioniste bij Nieuwendiep terecht gekomen en ik ben er nooit meer weg gegaan.’


Zo leuk is het?
‘Ja en nee. Toen ik begon, was het nog een hele kleine organisatie. Er werkten maar zes mensen. Daardoor was het werk gevarieerd. Toch had ik het begin niet zo heel erg naar mijn zin. Ik zag niet veel groeimogelijkheden. Daarom ben ik er in 2002 een studie naast gaan doen: de Pabo. Afgelopen juli heb ik mijn diploma gehaald.’


Dus nu ga je op zoek naar een baan in het onderwijs?
‘Ik had wel steeds het idee: als ik klaar ben, ga ik voor de klas. Maar ik heb nu net sinds april deze nieuwe functie van woonconsulent. Ik doe dus nu de bemiddeling bij burenoverlast en voer de gesprekken met mensen die een huurachterstand hebben. Dat vind ik heel erg leuk, dus voorlopig wil ik nog blijven. Uiteindelijk hoop ik wel een keer voor de klas te komen, maar zolang ik me kan blijven ontwikkelen, zit ik hier goed.’


Eva Prins
Foto’s Chris Pennarts

Pagina 1 van 1

Powered by ExpressionEngine
Bewerkt door Duck Swart

Niet te vinden?
Google


WWW www.fnvbouw.nl