Home | Contact | Lid Worden
www..fnvbouw.nl/jongeren is de jongerensite van FNV Bouw. Voor nieuws, informatie en contact. Wil je een bijdrage leveren, neem dan contact op redactie.jongeren@fnvbouw.org
De bouwbonden en werkgeversorganisatie Bouwend Nederland zijn het helemaal met elkaar eens: de handen moeten ineengeslagen worden om de arbeidskrapte in de bouw aan te pakken. Tijdelijke ‘doekjes voor het bloeden’ en halfslachtige oplossingen kan de sector zich niet meer permitteren, vinden de sociale partners. Spijkerhard peilde welke ideeën er leven onder jongeren.
Poolse bouwvakkers bieden soelaas, maar deze werknemers uit Oost-Europa zijn niet dé oplossing. Roepen dat bouwbedrijven meer allochtonen moeten aannemen, kun je ook nog jaren doen, maar wordt ook al jaren door teveel bouwbedrijven genegeerd. “Het is een complex probleem”, zegt Natascha van ‘t Hooft van FNV Bouw. “Toch is het alle partijen in de bedrijfstak nu volstrekt duidelijk dat er sprake is van een win-win situatie. De werkgevers hebben een tekort aan arbeidskrachten, de vergrijzing slaat toe in de bouw, de bonden constateren dat grote groepen werknemers langs de kant staan. Het wordt tijd voor een gedegen plan, een heel pakket aan maatregelen en een serieuze inzet van alle partijen.”
Al snel gewoon
“Wij lopen er in ons bedrijf dagelijks tegenaan” zegt Wichard van Gils (25), betontimmerman bij een grote bouwonderneming. “De arbeidskrapte is echt een groot probleem. Ik denk dat bouwbedrijven niet anders meer kunnen dan alle doelgroepen binnen te halen. Bij ons gebeurt dat ook. Er werken hier Turken, Antillianen en Surinamers en dat voegt zich allemaal prima. Dus dat gezeur van bouwbedrijven dat allochtonen een andere mentaliteit hebben, moet maar eens stoppen. Het gaat hier allemaal goed samen.Wat minder goed is bevallen, zijn de Poolse arbeidskrachten. Daar beginnen we hier niet meer aan. Prima mensen verder, maar ze hebben over het algemeen gewoon niet de vakkennis die wij hebben.Ik zou het ook helemaal prima vinden als er meer vrouwen zouden komen werken in de bouw. Bij mijn vorige werkgever had ik twee vrouwelijke collega’s, een timmervrouw en een metselaar. In het begin is dat misschien even gek, een paar vrouwen tussen al die mannen, maar dat wordt al snel gewoon. Ik denk dat wat meer vrouwen in de bouw de werksfeer en het imago van de bouw alleen maar zal verbeteren.”
Leermeesters
Volgens Van Gils is er nog een ander probleem gaande in de bouw waardoor doorstroom van kwalitatief goede arbeidskrachten wordt beïnvloed. “De jeugd krijgt de kans niet om het vak goed te leren. Er zijn veel te weinig leermeesters in de bouw! Dat is echt een groot probleem. Werkgevers moeten daar meer geld in investeren om ervaren mensen op te laten leiden tot leermeester. Nu zie ik om mij heen dat één leermeester drie of vier leerlingen om zich heen heeft. Dat werkt gewoon niet. Om de arbeidskrapte aan te pakken zal er in de basis iets moeten veranderen. Een mentaliteitsverandering waardoor allochtonen en vrouwen zich meer welkom voelen is broodnodig. En werkgevers moeten beseffen dat als ze kwaliteit willen ze daar ook in moeten investeren.”
Ook Thijs Nortkamp (23), timmerman bij een klein bouwbedrijf wijst erop dat je het probleem in de kern moet aanpakken. “Hoe aantrekkelijk is de bouw nog voor de jeugd? Ik denk dat het heel belangrijk is om het imago van de bouw te verbeteren. Het beeld dat jongeren hebben van werken in de bouw is gebaseerd op stereotypen. Dat het ‘dom’ werk is, dat er alleen maar zwaar getatoeëerde mannen rondlopen, bouwvakkers die altijd een grote mond hebben, grof zijn. Terwijl dat echt niet het complete plaatje is. Alsof er geen gewone, beschaafde mannen rondlopen op de bouw.”
Voorlichting geven
Volgens Nortkamp moet de brancheorganisatie veel meer investeren in voorlichting op scholen. “Laat die gewone, jonge jongens uit de bouw maar eens op scholen gaan vertellen waarom ze voor dit vak hebben gekozen. Laat allochtonen en vrouwen die in de bouw werken hun verhaal doen, zodat allerlei doelgroepen worden aangesproken. Breng over dat werken in de bouw geen dom werk is, dat het een vak is waar je trots op mag zijn. Veel mensen kijken min of meer neer op de bouw. Ik vind dat echt belachelijk en onterecht. Het loon is niet zo slecht, het werk vereist goede vakkennis, het blijft prachtig om met je handen te werken, iets op te bouwen.” Hij beseft dat het imago zal moeten veranderen, willen vrouwen bereid zijn om de stap richting bouw te zetten. “Als er meer vrouwen op de bouwplaats zouden rondlopen, zou dat zogenaamde ‘stoere’ gedrag van mannen onder elkaar vanzelf wel afnemen. Ik zou dat alleen maar goed vinden. Hoewel vrouwen het zware til- en sjouwwerk misschien niet kunnen doen, zie ik verder geen reden waarom ze een groot deel van het werk niet zouden kunnen doen.”
Andere werving
“De werving- en selectie in de bouw is vooral gericht op blanke mannen. Er zullen dus andere wervingsmethoden moeten komen” aldus Natascha van ‘t Hooft van FNV Bouw. “Nu is men geneigd steeds uit het eigen, kleine kringetje te vissen. En dat is niet meer toereikend. En wat vrouwen betreft, het is natuurlijk wel curieus dat van de al kleine groep vrouwen die opgeleid wordt voor een beroep in de bouw er uiteindelijk maar een kwart ook echt in de bouw gaat werken. Die verliezen we gewoon dus. Zo zonde. Er moeten heldere afspraken gemaakt worden met werkgevers om te zorgen dat ze allochtonen en vrouwen gaan werven. Dat zullen we op de een of andere manier aantrekkelijker voor ze moeten maken. Het goede nieuws is: de wil is er steeds meer, van alle kanten. Nu de nood echt hoog is, beseft de bouwwereld dat grote veranderingen nodig zijn.”
Tekst: Mandy Beekman
Dag van de Bouw
Ruim 63.000 mensen bezochten op 2 juni een van de 210 geopende bouw- en infraprojecten tijdens de tweede Dag van de Bouw. Dat is bijna een verdubbeling van het aantal bezoekers vergeleken met vorig jaar. De bouwsector hoopt met het openstellen van bouwwerken voor publiek ook jongeren te interesseren voor een baan in de bouw.
“Meedoen is al leuk. Oké, winnen is nóg leuker”
De grote hal van opleidingsbedrijf SPG in Heerhugowaard lijkt wel een beetje op een sporthal. De ruimte is verdeeld in vijf wedstrijdvakken waarbinnen de deelnemers zich in het zweet werken bij het uitvoeren van de wedstrijdopdracht: het leggen van een knap ingewikkeld stukje straatwerk. Van verschillende kanten klinkt het getik van stratenmakerhamers op betonklinkers. Het is de derde dag van de Nederlandse Bouw- en Infrakampioenschappen. De prestaties van de stratenmakers worden gevolg door strenge blikken van de leden van de wedstrijdjury en door journalisten, fotografen, fans van de deelnemers en geïnteresseerde bezoekers uit de buurt.
Verschillende verbanden
Nog een middag en een ochtend hebben de deelnemers om hun werkstuk af te maken. Stratenmaker Kees de Rooij (18) uit Yerseke zit op zijn knieën in het zand en kijkt over zijn schouder naar de vorderingen van de concurrentie. Intussen blijft zijn ploeggenoot Ronnie Engelsman (22) uit Goes in een regelmatig tempo betonklinkers aanvoeren. Het Zeeuwse koppel heeft het wedstrijdvlak al bijna dichtgelegd. Ronnie: “Wij hebben onze eigen aanpak, maar ik houd natuurlijk ook in de gaten hoe de anderen het doen. De opdracht is niet supermoeilijk maar je moet wel blijven opletten, vooral bij de overgangen van de verschillende verbanden. Wij blijven gemakkelijk binnen de tijd. Straks kunnen we al met de afwerking beginnen, met het knippen van de stenen die tegen de opsluitbanden komen te liggen. Dat moet een strakke lijn worden. Volgens mij telt dat zwaar bij het oordeel van de jury.”
Japanse worstelaar
In de grote praktijkruimte van opleidingsbedrijf ESPEQ op enkele honderden meters afstand van de wedstrijdlocatie van de stratenmakers, leveren de jonge timmerlieden, metselaars en tegelzetters de strijd om het Nederlandse Kampioenschap in hun vak. Er staat méér op het spel dan alleen de eer. De winnaars mogen in november 2007 deelnemen aan de WorldSkills, de internationale beroepenwedstrijden in Numazu City in Japan. Dat doel komt ook tot uiting in de thema’s van de wedstrijdopdrachten in Heerhugowaard. Zes metselaars die winnaars zijn van regionale kampioenschappen mogen een werkstuk maken waarin de figuur van een Japanse worstelaar in baksteen wordt uitgebeeld. Intussen beproeven vijf tegelzetters hun vakkundigheid bij het maken van een tegeltableau met de voorstelling van een Japanse tempelpoort en een Nederlandse vuurtoren. De bouwtimmerlieden staan voor de uitdaging om een soort kapconstructie te maken die misschien wel bedoeld is als een zeer ingewikkelde Japanse puzzel.
Rustig doorwerken
De wedstrijd tussen de bouwtimmerlieden is een rustige en tegelijkertijd zeer intensieve aangelegenheid. Blijkbaar kost het timmerwerkstuk erg veel voorbereiding, want tien werkuren voordat het eindsignaal zal klinken heeft nog geen enkele deelnemer een resultaat in elkaar gezet.
Deelnemer Wesley Huurman (20) uit het West-Brabantse Steenbergen lijkt geen last te hebben van tijdsdruk. Op zijn werkbank liggen de gezaagde onderdelen van de wedstrijdpuzzel ordelijk uitgestald. Hij blijft rustig doorwerken terwijl een toeschouwer voortdurend op zijn vingers staat te kijken. De nieuwsgierige is Bertus Groot (64) uit Heerhugowaard. Hij is zelf veertig jaar aannemer geweest van timmerwerken. “Hart voor het timmervak” is voor hem de reden om bij de Bouwkampioenschappen een kijkje te gaan nemen. Groot: “Waar ik op let is hoe die jongens hun werk indelen. Deze jongeman hier, heeft alle onderdelen netjes afgeschreven en overzichtelijk ingedeeld en genummerd. Hij is niet haastig bezig. Hij toont de juiste werkhouding. Het kan niet anders of hij is een kanshebber voor goud.”
Tijdens de middagpauze
In de pauze wisselen deelnemers in de kantine hun wedstrijdervaringen uit. Vakgenoten schuiven bij elkaar aan tafel. Moreno Fa (17), leerling-tegelzetter uit het Noord-Hollandse Ursem, bespreekt de wedstrijdopdracht met zijn vier tegenstrevers in de strijd. Voor keiharde onderlinge concurrentie is hier geen plaats. De sfeer is ontspannen. Vier dagen brengen de deelnemers in elkaars gezelschap door. Ze zijn ze allemaal in dezelfde hal bezig om een wedstrijdprestatie neer te zetten, ze houden gezamenlijk pauze en gaan aan het einde van de middag met de hele groep naar hetzelfde hotel om te eten en te overnachten. Moreno: “Ik ga me niet echt lopen opfokken tijdens de wedstrijd. Ik doe mee omdat het leuk is. Oké, winnen is nog leuker, maar niet ten koste van alles. Ik schiet echt niet in de stress als ik zie hoe de anderen het doen. Ik kies gewoon mijn eigen aanpak en tempo. Menno bijvoorbeeld (Menno Edam won uiteindelijk goud bij het tegelzetten, red.) gaat eerst alle tegelfiguren snijden. Ik doe dat niet. Ik bewaar de kleine details voor het laatst. Of ik een kans maak om Nederlandse kampioen te worden, weet ik echt niet. Het zou natuurlijk wel mooi zijn: twee weken Japan en ook nog de eer. Wie wint wordt toch bekend en dat is natuurlijk prima reclame voor de zaak waar je werkt en voor jezelf.”
De uitslag
Bij de stratenmakers hadden de vijf deelnemende koppels hun wedstrijdopdracht ruimschoots binnen de tijd af. Het duo Roy Mulder (22) uit Den Helder en Maciej Urbanski (25) uit Egmond aan de Hoef werd Nederlands Kampioen Straatmaken 2007. Zij mogen volgend jaar deelnemen aan de Europese Beroepenwedstrijden, Euroskills 2008 in de Ahoy in Rotterdam. De nieuwe Nederlandse Kampioen Bouwtimmeren heet Wesley Huurman. Hij mag dit najaar naar Japan samen met de andere twee kampioenen. De regionale kampioen metselen van Oost-Nederland, Stephan Kemna (20) uit Mander (Gld) werd nu ook de Nederlandse Kampioen Metselen. De gouden medaille bij het tegelzetten ging naar Menno Edam (18) uit Hensbroek.
Twee weken later
De eindstrijd bij het metselen kreeg een zeer spannende ontknoping. Dat Stephan Kemna uiteindelijk zegevierde, had alles te maken met zijn zorgvuldige maatvoering en met hoe hij zijn werk had ingedeeld. Twee weken na het grote feest dat bij hem thuis werd gegeven ter ere van zijn kampioenschap, geeft hij een terugblik. Stephan: “Bij het begin van de laatste wedstrijddag dacht ik dat ik kans had om eerste te worden, want op dat moment was ik de enige die het volledige werkstuk zo goed als klaar had. De anderen moesten nog een deel van die worstelaar metselen. Blijkbaar hebben sommigen toen een vreselijke eindsprint ingezet, want uiteindelijk waren er toch nog drie werkstukken helemaal af. De jury vond uiteindelijk dat ik in de maatvoering de nauwkeurigste was.”
Niet speciaal geoefend
Het stratenmakerduo Maciej Urbanski en Roy Mulder reageert vrij nuchter op het behalen van de Nederlandse titel. Roy: “Wij hebben die wedstrijdopgave uitgevoerd alsof het een gewone werkopdracht was. Wij hadden niet eens speciaal geoefend.” Maciej geeft toe dat hij toch een spannend moment had beleefd. “Tijdens de tweede wedstrijddag merkte ik dat we iets achter lagen bij de anderen. Dat was even zweten. Heel even maar, want we wisten eigenlijk wel dat we het juiste werkritme te pakken hadden. De dag vóór de jurering konden we al met de afwerking beginnen. Tijdens de beoordeling gaf een jurylid een knikje in onze richting. Toen wist ik genoeg. We zijn direct na de prijsuitreiking naar onze collega’s op het werk gegaan. Met twee kratten bier.”
Tekst: Louis Jongeleen
Mensen gebruiken hun vakantiegeld lang niet altijd voor de vakantie. Uit onderzoek blijkt dat zestig procent van dit geld voor andere doelen wordt gebruikt. Bijna 18 procent van de Nederlanders lost met het vakantiegeld schulden af. De meesten geven het extra geld direct weer uit.
Mensen gebruiken hun vakantiegeld lang niet altijd voor de vakantie. Uit onderzoek blijkt dat zestig procent van dit geld voor andere doelen wordt gebruikt. Bijna 18 procent van de Nederlanders lost met het vakantiegeld schulden af. De meesten geven het extra geld direct weer uit ‘We hebben er een motor voor mijn vrouw van gekocht. Twee jaar terug, toen we door de vakantiebonnen nog zeker vier keer zoveel kregen, heb ik er een keuken van gekocht en ik weet ook al waar het vakantiegeld van volgend jaar naar toe gaat: dan komt er een uitbouw aan het huis. We gaan niet op vakantie. Ik besteed dat geld liever aan andere dingen waar je langer plezier van hebt. Mijn vrouw en ik hebben nu allebei een motor, dus kunnen lekker toeren en hier in het zonnetje in mijn achtertuin, heb ik ook vakantie.’
Yoeri Mein (27), timmerman uit Zwaagdijk
‘Dat gaat op de spaarrekening. Ik heb een eigen huisje op het oog, een huurhuis en daar moet veel aan worden opgeknapt. Daar is het geld straks voor.’
Jeffrey van der Kroeg (22), heftruckchauffeur uit Gouda
‘Ik ga in de bouwvak met mijn ouders en twee jongere broertjes twee weken op vakantie en dat moet ik deels zelf betalen. We gaan naar een huisje in Groningen. Ik ga zelf vooral karperen: vissen op karpers. Daar gaat een deel van het vakantiegeld heen. En wat ik overhoud, is voor mijn rijbewijs want daar ben ik nu voor aan het lessen.
Tim Schallessy (18), timmerman in opleiding uit Goirle
‘Ik heb er maar kort van kunnen genieten, want ik moest er wat openstaande rekeningen en schulden bij vrienden van betalen. Ik had van te voren wat dingen gekocht, zoals een zwembad voor in de tuin en een nieuwe bril en daar hadden vrienden me geld voor voorgeschoten. Als vloerlegger krijg ik 8% van mijn bruto jaarsalaris, dat is ongeveer 1000 euro en dat is snel op hoor.’
Casper School (28), vloerlegger uit Alkmaar
‘Daar ga ik lekker van op vakantie. Tien dagen met acht jongens naar Kreta. Dat komt wel goed.’
Mark Heilig (20), leerling-timmerman uit Hoogkarspel
FNV Bouw legt de nieuwe verletregeling uit
Het is deze winter nog niet echt koud geweest. Maar als de vorst plotseling toch invalt, wat dan? Wat kun je doen als je staat te vernikkelen op een werkplek die is veranderd in een ijsbaan? Ben je dan een watje als je niet aan het werk gaat?
Op bouwprojecten ontbreekt het dikwijls aan kennis van de regels die gelden bij vorstverlet. En in de huidige winterperiode zijn die regels ook nog veranderd. Om de nieuwe afspraken over vorstverlet bekend te maken op de bouwplaatsen startte FNV Bouw de campagne ‘Opgelet, Vorstverlet’. Mobiele promotieteams van de bond doorkruisten deze winter het land om op bouwplaatsen uitleg te geven over wat je moet doen als het kwik flink gaat zakken.
Dakdekker Fabian Tilborg (25) uit Almere geeft toe dat hij zelf niet precies weet wat hij kan doen als het echt stevig gaat vriezen. Deze winter is het tot nu toe nog maar één keer gebeurd dat bij hem op het werk de vraag werd gesteld of het misschien te koud was om door te werken of niet. Fabian: “Het was echt koud die ochtend. Er lag een laag ijs op het dak dat we moesten afwerken. We zijn toen toch maar snel begonnen met het wegvegen van het ijs en zijn achter elkaar doorgegaan met het aanbrengen van de dakbedekking. We hebben zowat een snelheidsrecord gebroken. Net toen we die middag de laatste baan hadden gelegd, begon het te sneeuwen. Het dak was mooi op tijd af.”
Sneeuwen
Voor Paul van Oostenbrugge (22) uit het Brabantse Uden is het niet ongewoon dat hij zijn werk moet onderbreken vanwege slecht weer. Hij werkt als opperman-stratenmaker bij een wegenbouwbedrijf. “Een paar weken geleden waren we bezig met het stellen van trottoirbanden toen het begon te sneeuwen. We zijn toen de keet in gedoken. Maar na een paar uur was het al over met die sneeuw. Van vrieskou hebben we nog geen last gehad deze winter.”
Paul kan zich wel herinneren dat hij de vorige winter op een ochtend werd gebeld door de uitvoerder die meldde dat het te koud was om op het werk te verschijnen. Hij neemt automatisch aan dat het ook deze winter zo zal gaan als het te hard vriest. Wat zijn rechten in dat geval zijn, weet hij niet. Hij vindt het jammer dat promotieteams van FNV Bouw niet bij hem op het werk zijn geweest om dat te vertellen. Hij had nog wel een vraag willen stellen. Paul: “Ik zou wel eens willen weten wat de rechten zijn van de wegenbouwers die ‘s zomers lange dagen maken terwijl het snikheet is.”
Grond bevroren
Het was begin maart 2006 toen Ruben Reukers (17) uit het Gelderse Harreveld
in de vrieskou op de bouwplaats verscheen voor de eerste werkdag van zijn praktijkstage van de timmeropleiding. “Op die bouwplaats moest ik meewerken aan het uitzetten van een uitbouw van een woning. Maar de grond was keihard bevroren. Daar konden we geen paaltjes in krijgen. Ik kwam daar aan en kon meteen weer naar huis.“Als tweedejaarsleerling werkt Ruben nu bij een ander leerbedrijf. “Daar doen ze niet aan vorstverlet. Als het te koud is voor buitenwerk, hebben ze bij dit bedrijf altijd genoeg binnenwerk te doen.”
Dat een werknemer zelf kan nagaan of het echt te koud is om door te werken, weet Ruben intussen zelf ook. “Er zijn 28 meetstations die meten wat de gevoelstemperatuur in bepaald gebied is. Als de temperatuur om half elf ‘s ochtends lager is dan zes graden onder nul mag je naar huis. De hele vorstverletregeling zoals die nu geldt, staat kort en duidelijk uitgelegd in het speciale blad dat de bond heeft opgestuurd. Daar staat ook in dat je je geen watje hoeft te voelen als je je houdt aan de vorstverletregeling. Daar sta ik helemaal achter. Je bent namelijk zelf ook verantwoordelijk voor je eigen gezondheid.”
Rotwinter
Ook Michel IJssels (22) uit Groet in Noord-Holland weet wat hem te doen staat zodra het hard gaat vriezen. Hij werkt als walsmachinist in de wegenbouw en weet wat de nieuwe regeling voor het vorstverlet inhoudt. “Dit jaar hebben we steeds door kunnen werken. We zijn er nog niet ‘uitgevroren’. Vier jaar geleden gebeurde dat wel. De baas had toen vervangend werk in de werkplaats van het bedrijf. We hebben toen gewerkt aan het onderhoud van de machines en gereedschappen opgeknapt. De uitleg over de nieuwe regeling heeft de bond netjes aan mij opgestuurd. Ook mijn collega’s weten hoe het zit, want die zijn bijna allemaal lid van FNV Bouw.”
Winterwerkloosheid
Voor veel schilders was het vroeger eerder regel dan uitzondering dat ze in de koude en natte maanden van het jaar noodgedwongen in de WW liepen.
Ondanks maatregelen van de overheid en van de werkgevers- en werkgeversorganisaties bestaat dit soort seizoenswerkloosheid nog steeds, of het nu een strenge winter is of een kwakkelwinter. Schilder Danny Dussenbroek (21) uit Leeuwarden kreeg twee maanden geleden ontslag. Zijn baas heeft beloofd dat hij hem eind februari weer in dienst zou nemen. Danny: “Vorst of geen vorst, de winterperiode is een rottijd voor mij. Ik loop feitelijk te wachten tot ik weer kan gaan schilderen en tegelijkertijd loop ik in de WW en moet ik solliciteren naar een baantje waar ik niet echt achter kan staan.”
Meer weten over de nieuwe vorstverletregeling? Kijk op de internetsite http://www.vorstverlet.nl
Tekst: Louis Jongeleen
Powered by ExpressionEngine
Bewerkt door Duck Swart
| Niet te vinden? |
![]() |